LOUIS KAHN I



Louis Kahn herinner ik mij vooral van het boek Language & Forms in Architecture dat ik als student kocht vooral omwille van de foto op de kaft.
Het was een binnenopname van wat we ondertussen de bibliotheek van Kahn zijn gaan noemen maar in feite de Exeter Library is van de Phillips Exeter Academy te, jawel Exeter – New Hampshire – USA. 
Ik herinner mij vooral de negatieve commentaren van mijn toenmalige docenten: Kahn’s architectuur was misplaatste monumentaliteit, overdreven vormelijkheid, gezochte effecten. 
Enfin, Kahn mochten we maar beter vergeten wilden we goede architecten worden en dat boek heb ik dus niet verder gelezen.
Want die docenten wisten wel wat goed en slecht voor mij was.

Nu ik het gebouw gezien en geproefd heb voel ik mij bedot. 

Vermoedelijk zijn mijn docenten er nooit geweest. Ik verwijt hen dat niet, maar enkel op foto’s afgaan, tja, dat wordt soms een afgang.

Gelukkig was er nog één wijs man op school: Jozef Janssens, onze directeur die ons à propos als niet architect, aanmoedigde om vooral te reizen en de gebouwen ter plekke te bezoeken en ze te schetsen.

De Exeter Library heet de grootste college-bibliotheek te zijn ter wereld maar dat doet er weinig toe. Ze voelt helemaal niet zo big. Eerder bescheiden en vooral intiem. 
Want groots is niet het synoniem van groot.

Ze staat er als een kleine burcht midden in een weids grasveld tussen de traditionele collegegebouwen. Een heerlijke en onthaaste plek.
Sorry Louis, ik heb al beter geschetst maar dit was echt te moeilijk.

De vier gevels zijn identiek en de ingang moet je een beetje zoeken.

Waar is nu die vermeende monumentaliteit ?

Even beschrijven. 
Het gebouw heeft een vierkant grondplan en benadert een kubus. Het heeft drie ringen. 
Op het gelijkvloers en het dak is de buitenste ring een gaanderij.
Op de verdiepingen is de buitenste ring bestemd voor lees- en discussiehoeken. Cellen eigenlijk.

In  de middelste ring staan de boekrekken.
 
En de binnenring is weer een gaanderij met zicht op de grote gaten in de betonwand die de kern van de structuur vormt.

Na wat kijken wordt het mij duidelijk: die gaten zijn uitsnijdingen in de betonwand maar zorgen meteen voor een zeer stevige structuur. 

Het lijkt wel op een vierendeelligger met maar één opening in.
 
En misschien vindt u mij nu wel romantisch worden maar die vier gaten wekken bij mij een gevoel van verbondenheid op.

Het geheim: het grondplan is vierkant en vierkanten brengen mensen meer samen dan rechthoeken. Frank Lloyd Wright beweerde dit al toen hij zijn eerste kerk bouwde. En die had een vierkant grondplan.
 
Alles in deze bibliotheek is zo rustig en eenvoudig, zoals een bibliotheek hoort te zijn. Geen imposante trappen (netjes verkast in de hoeken), geen zichtbare technieken maar toch overal aangenaam warm.

En wat je niet kan weergeven in foto’s is de bijzonder rustige en aangename akoestiek. Ik weet niet of hier speciaal aan gesleuteld is maar je kan er rustig praten zonder de anderen te storen.

Dat maakt bibliotheken tot wat ze moeten zijn: eenvoudig toegankelijke plaatsen waar je tot rust komt om er te lezen, kennis op te doen en vooral, er van gedachten wisselen.

De kracht van kennis zit niet alleen in wat je zelf verorbert; de kracht van kennis bouw je ook op door dialoog.
Ik heb er leraren en docenten zien praten en discuteren met hun studenten. Zelfs lesgeven op de parterre is er gebruikelijk. 

Goh, wat ben ik jaloers op dit soort onderwijs.
Daar genereert men dus heel veel toegevoegde waarde.

Meer dan die bibliotheken bij ons waar studenten massaal naar toe sluipen tijdens de blokperiode om er zich collectief te ontlasten van mail en facebook en alle andere nutteloze tijdrovers.

Meer dan die bibliotheken bij ons die enkel dienen om boeken af te halen en terug te brengen.

En oh ja, wat er niet was: een coffeeshop, een securitybalie, badgecontrole, storende fotokopieertoestanden en geïntegreerde computerdesks., glas aan de binnenzijde.
En sorry, ook geen knusse kindervoorleeshoekjes.

Niets van dat alles. Geen storende elementen of activiteiten.
Een bibliotheek als lees- en studeerkamer vol boeken. En ook wat audio en videomateriaal maar dan heel bescheiden geïntegreerd.
 
We hebben de bibliotheek bezocht in de late namiddag. Het was een sombere dag maar het voelde binnen helemaal niet somber.
De volgende ochtend was er een stralende lentezon. We konden het niet laten toch snel even binnen te springen om te zien of het licht niet veranderd was. 

Eerlijk gezegd, ik heb het verschil niet echt gemerkt. Dat zegt veel over de gecontroleerde lichtinval.
 
Terecht heeft het American Institute of Architects in 1997 de bibliotheek geëerd door haar de Twenty-Five Year Award toe te kennen voor architectural design of enduring significance which has contributed meaningfully to American life and architecture.

Of kan je het nog mooier laten verwoorden dan door Rodney Armstrong, een Academy Librarian die op een symposium aan de Yale University in 2004 zei: for what Kahn did for Exeter, its students and faculty, his library fulfilled its dreams and hopes.

Ik zou ze graag eens een poepje laten ruiken, die docenten die mij Kahn ontzegden.

Ik denk dat ik dat boek Language& Forms in Architecture toch maar eens ga lezen.

S.O.M. I


In de literatuur kan je uitleggen wat je wil uitleggen.
Zeker in de non-fictie zoals bij het schrijven van deze pagina.

Om een hele psyché uit te leggen gebruiken we in de literatuur een verhaal, of een roman om een paar sterke gedachten mee te geven.

Hoe minder deze gedachten rechtstreeks beschreven worden, hoe sterker het literaire gehalte soms.

Bij beeldende kunsten is dat al moeilijker. daar helpt de titel van het kunstwerk ons soms vooruit maar bij untitled mag onze fantasie de vrije loop gaan.

In de architectuur gaat dat nog moeilijker.

Naast de semantiek heeft een gebouw ook nog een gebruikswaarde.

Als een gebouw teveel lijkt op wat het wil zeggen, noemen we het kitsch.

Zo leerde Robert Venturi het ons in zijn boek Complexity and Contradiction in Architecture (1964).

Een gebouw wordt pas architectuur als het in metaforen spreekt.

Zoals het Beinecke Rare Books and Manuscript Library.

Hier worden enkel oude en zeldzame boeken bewaard, als in een schrijn.

Achter glas, maar heel duidelijk aanwezig.

Daarrond is een omhulling die volledig autonoom op vier poten rust.

Die karkas zit een beetje merkwaardig ineen.

Je zou denken dat de vormentaal iets strakker had gekund.

Maar dat is het nu net.
Die omhulling werkt als één grote vierendeelligger en om het geheel stijf te houden is er meer materiaal nodig in de knooppunten.

Maar nu komt het. De open vlakken zijn ingevuld met 3 cm dikke marmerplaten.

Die geven een gefilterd en gedempt licht wat oude boeken beter ligt dan fel licht.
Zoals in veel Italiaanse kerken ook te zien is.


Als de zon niet vlak op de gevel zit, krijg je een schakering van vijftig tinten grijs.

Als de felle zon er wel op zit krijgen ze de kleur van de ruggen van boeken.

Magisch wondermooi.

Het enige rechtstreekse licht dat binnenkomt, komt van het gelijkvloers.

En dat weerkaatst.

Voor wie SOM niet kent: SOM staat voor Skidmore, Owens en Merill.

The founding fathers zijn al een tijdje niet meer van deze wereld maar het bureau overleefde zichzelf.

Ontwerper en projectarchitect van dit werk was Gordon Bunschaft.

SOM zou u ook kunnen kennen van de Bank Brussel Lambert, nu ING-bank.
De gevelopbouw van de BBL vertoont veel gelijkenis met de bibliotheek aan Wallstreet in New Haven.

Voor de uitbreiding in Brussel zochten ze bij de BBL aanvankelijk andere architect en andere architectuur.

Maar na veel wikken en wegen werd het toch maar opnieuw SOM, met een bijna copie/paste van het voorgebouw.

Maar lang niet zo mooi als in New Haven.

JIM EVANS


Op onze zwerftocht door New Canaan werden we opgewacht door Jim Evans.


Zijn huis stond te koop.

Hij bouwde het in 1961, negen jaar nadat hij zijn bachelor in architecture gehaald had aan de Yale University onder Louis Kahn.

Hij moet gedacht hebben dat het zijn carrière deugd zou doen als hij in New Canaan ook eens een opus magnum zou zetten, in navolging van Marcel Breuer en de flamboyante Philip Johnson.
Wat bij Johnson gelukt is zal bij mij ook wel lukken.

Hij koos voor iets unieks, zo vertelde hij ons.


Het dak zou meteen heel de vormgeving van het huis bepalen en daarom koos hij voor een hyperbolische paraboloïde, beter bekend onder de naam HP-vlak.

ARCHITECT JIM EVANS
Zo'n dak heeft wel wat, het is zacht glooiend aanwezig en het richt je blik in de richting van de opgegeven punten.

Iemand zei dat het haar te dwingend overkwam.
Klopt.

En het miste iets naar mijn mening: te kort afgesneden voorbij de beglazing.

woning CATALANO
Te vierkant ook, en teveel lijkend op een gewoon huis met een speciaal dak.

De trekkers tussen de steunpunten waren opgehangen onder het plafond.
Een snelle berekening leert ons dat ze samen zo'n 1.400 ton of  14.000Nt kunnen opnemen. Dat is zeker niet zuinig gerekend.

De verkoper van het huis stond er ook bij.

Evans had het huis al eerder verlaten en de nieuwe bewoners hadden er een Amerikaans smakeloze keuken in gekwakt en over de keuze van de nieuwe vloertegels was niemand te spreken.
Over de vraagprijs ook niet. Twee miljoen dollar is ook in America veel geld.

Of het Evans veel positieve publiciteit heeft opgeleverd betwijfel ik.

BRUSSEL - EXPO 1958 - INFO-CENTER
We hebben weet van een woning die er erg traditioneel en koloniaal uitziet maar een iets modernere look meegekregen heeft dan wat daar gemiddeld neergezet wordt.

Hij werd vermoedelijk ook verweten Eduardo Catalano te immiteren. Die had reeds in 1954 zijn HP-huis gebouwd maar dan zuiverder, een rechthoekig grondplan en de steunpunten kussen net het maaiveld.

Frank Lloyd Wright was naar het schijnt vol lof over de woning  van Catalano.

Alleen jammer dat hij het zo
verwaarloosd heeft want in 2001 moest het afgebroken worden.

En tiens, in 1958 stond er op het de Brouckèreplein in Brussel ook zo'n HP-constructie.
Het infocentrum voor de EXPO 58 en gebouwd op kosten van het Nationaal Hout Voorlichtingsbureau.

Evans zag er met zijn 89 jaar nog zeer monter uit.

Zijn vrouw vertelde ons dat hij weer aan het zweven was want vorige week had hij net nog een opdracht gekregen voor een verbouwing.

Of kwam die zweverigheid omdat ARCHIPEL langskwam ?

PAUL RUDOLPH II




Dat zit zo.

Paul Rudolph was hoofd van de afdeling architectuur van de Yale University van 1958 tot 1965.
In die functie was het mogelijk om te denken aan een nieuw gebouw voor de zijn studenten. 
Voor zijn faculteit dus. 
 
En wie zou daarvan de ontwerper moeten zijn ? 
Het werd Paul Rudolph himself.

U kan zich al inbeelden dat er voor zo’n postje gevochten wordt.

Als u New Haven een beetje kent, kan u zich ook inbeelden dat de discussies omtrent de confrontatie tussen de zeer traditionele universiteitsarchitectuur en die nieuwe moderne architectuur eind de jaren 50. 

Als je weet dat nog in 1930 de heel traditionalistische Engelse geïnspireerde bouwstijlen dè enige wijze van bouwen was die ze aan de Yale kenden, dan moeten de voorontwerpen van Paul Rudolph bij sommigen naar adem hebben doen snakken.
 
Maar ja, moeten ze daar op het rectoraat gedacht hebben, voor die architecten moeten we daar misschien wel een uitzondering voor maken.

De voetafdruk van dit gebouw is niet zo groot en om het hele programma er in te krijgen moest Rudolph het wel in de hoogte gaan zoeken.
 
De buitengevels zijn vrij gesloten en hij maakte er meteen aan abstract aanvoelende compositie van.

Brutalisme is men dit soort architectuur gaan noemen.

Zijn liefde voor beton is hier ook pertinent aanwezig. Zowel buiten als binnen is alles in zichtbeton uitgevoerd, gecombineerd met één pertinent aanwezige kleur: paprika.

 
Lyrisch brutalisme ketsten de architecten terug.

De ateliers zijn zoals overal ter wereld in architectuurscholen: perfect georganiseerde wanorde.

Vraag mij niet waarom, het lijkt universeel de enige methode om van gewone mensen architecten te maken. 
Dat moet misschien nog eens wetenschappelijk onderzocht worden, maar mijn ervaring bevestigt deze regel.

De werkplekken van de docenten zien er daar in Yale wèl behoorlijk uit.
Van de drie blijken er toch twee te werken.

In Yale hebben ze tenminste een werkplek. 

Ik kan u verzekeren: dat is geen universeel gegeven.
Het auditorium roept enige vragen op.

Het is bescheiden, stemmig, alles er op en er aan maar, ter hoogte van de parterre bevindt zich links en rechts een klassiek Grieks kapiteel.

Strange.

Nog stranger zijn de reliëfen die aan de projectiecabine geplaatst zijn.

Het lijkt wel of de basis van onze cultuur bij de Grieken ligt en dat dit maar een universeel aanvaard gegeven moet zijn.

Maar dat is niet het enigste dat vragen oproept. 

Op het programma in de master staat ook een maand verblijf in Rome.

Met Rome is er niets mis maar het lijkt er op dat studenten in een zeer klassieke richting gestuurd worden.

Van een universiteit verwacht je kritische openheid tegenover alle culturen.

Benieuwd wat Aziatische, Afrikaanse of Latijn-Amerikaanse studenten daarvan denken.