HAUSSMANN




Velen denken dat Hausmann een stedenbouwkundige of architect was. 
Met wat hij in Parijs gerealiseerd heeft klopt dat wel maar in feite was hij als jurist opgeleid en werd préfet van het département VAR.




AANLEG VAN AVENUE DE L'OPERA


In 1852 komt Napoleon III aan de macht. 
Na de val van zijn grootoom Napoleon Bonaparte in 1815 viel Frankrijk ten prooi aan een zeer wispelturig bewind van koningen die het niet onder de markt hadden met de talrijke revoluties en oproeren die in Frankrijk woedden. 

AANLEG VAN DE OPERA - VERWENPLAATS VOOR DE BURGERIJ

Parijs was een broeihaard van tumulten en opstanden. Het zeer fijnmazige, toen nog middeleeuws centrum met zijn kluwen van kronkelende straatjes was een ideaal terrein om guerrilla's te voeren tegen het koninklijk bewind. 

Het leger en de gendarmes konden nauwelijks optornen tegen de barricades die burgers optrokken in dit zeer fijnmazig stratenpatroon.

The army and the gendarmes hardly conquered the barricades build up by civillians living in the centre of these narrow buroughs.

By the reign of Napoleon III, this guerilla should come to an end. Epropriation laws were instored in a way to clean up this hazy mazy pools of crap. Houses and plots could very easy been expropriated to demolish them and build up a new and mordern city. To move fast, Hausmann in 1953 got plein pouvoir as préfet of the département Seine (Paris).
Met de komst van Napoleon III zou daar verandering in komen. Er werden wetten gestemd die de onteigening van huizen en percelen mogelijk maakte en, om vlug tot resultaten te komen werd de doortastende Haussman in 1853 met plein pouvoir aangesteld als préfet van het département Seine. Zeg maar Parijs. 

BEGIN VAN DE AANLEG PLACE VENDÔME
Onder het mom van het opkuisen van onhygiënische toestanden en de noodzaak van het aanleggen van een nieuw efficiënt waterdistributienet en dito rioleringsstelsel werden hele gebieden onteigend, de onteigende panden werden afgebroken en er werden nieuwe brede boulevards aangelegd. 
De gronden langs deze huizen werden herverkaveld en verkocht aan aannemers en architecten – des promoteurs - die er nieuwe appartementen optrokken tot groot genoegen van de burgerij die zich in deze nieuwe woonvorm best kon terugvinden. 

Het typische Hausmann appartement beantwoordde in veel opzichten aan hun verlangens. 
 
De eerste drie tot vier verdiepingen waren hun domein bij uitstek; de bovenste zolderkamers waren goed voor het logeren van het huispersoneel dat massaal van het platteland naar de hoofdstad trok. 

In London gebeurde net het omgekeerde, daar werd het huispersoneel in de kelders neergepoot. 

PROFIEL VAN DE BOULEVARD SEBASTOPOL
Zo komt het dat grote delen van Parijs een zeer uniform straatbeeld vertonen. 
























En oh ja, de grote boulevards waren ideaal om het leger met haar paarden en kanonnen door Parijs te jagen en elke vorm van opstand te onderdrukken. 


Om u een idee te geven wat het betekende om over plein pouvoir te beschikken: tussen het moment dat er beslist werd om de bijna drie kilometer lange Boulevard Sébastopol aan te leggen, het starten van de onteigeningen, de afbraak van de huizen binnen dit gebied, het aanleggen van de riolering en de verkoop van de eerste loten duurde het exact … zes maanden.

Het bewind van Napoleon III duurde tot 1870 toen hij Pruisen uitdaagde doch die oorlog verloor van de Pruisische Keizer Wilhem I en de Elzas moest afstaan.

Haussmann liet Parijs achter met een enorme schuldenberg. Zowat 20.000 gezinnen werden door de vele onteigeningen verjaagd naar de banlieus en ik kan mij niet voorstellen dat daar veel sociale begeleiding aan te pas kwam. 

De vrijgekomen ruimte werd nu ingenomen door 40.000 gezinnen. Men zegt dat 60 % van de gebouwen van Parijs stad op de één of andere manier de stempel van Haussmann dragen.



Lots of people think Hausmaan was an urban planner or an architect.
For what he realised in Paris, one might think so but by origin he was a jurist and became préfet of the département VAR.

In 1852 Napoleon III started reigning over France after the fall of the reïnstored kingdom. The king Louis Fhilippe was reînstored by the Vienna Congres after Napoleon I' defeat in Waterloo.
But peoples revolutions never faded away and there was a need for a new and strong governance.

Paris became a tumultuous and revolutionary meltpot. The very mazy mideavel patron of its streetss made it possible for city guerillia warfare against the French kingdom.
The army and the gendarmes hardly won from the barricades build up by civillians living in the centre of these narrow buroughs.

By the reign of Napoleon III, this guerilla should come to an end. Expropriation laws were instored in a way to clean up this hazy mazy pools of crap. Houses and plots could very easy been expropriated in order to demolish them and build up a new and modern city. To move fast, Hausmann in 1853 got plein pouvoir (full power) as préfet of the département Seine (Paris).

LANGE KRUISSTRAAT - GENT

De Lange Kruisstraat heeft zoals zoveel straten in Gent, een sloot geschiedenis tussen haar muren.

Van 1993 tot 1996 hebben we daar een bijdrage tot stadsvernieuwing mogen uittekenen.

Vandaag, zoveel jaren later, mag er weer een hoofdstuk in die geschiedenis geschreven worden.
Vanaf jan 2015 slaan we opnieuw toe; een vervolg dat er dringend aan toe was.

Op die schets herkent u misschien niet direct waar het het project gelegen is maar die foto zegt u misschien iets meer.

Destijds zijn we het project het Kapittelhuis-project gaan noemen.

Daar waren toen gegronde redenen voor.

Dat standraam op de zolder is verre van oorspronkelijk.
Dat hebben we er toen aan toegevoegd, wetende dat er voorlopig niets mee gedaan zou worden.

Vandaag is er genoeg gewacht.

Die zolder wordt ongeduldig.
Terecht trouwens.





STEDENBOUWKUNDIGE VERGUNNING - BOUWAANVRAAG

Wie iets wil bouwen of verbouwen moet voorafgaandelijk hiervoor een vergunning hebben.

Wanneer moet men zo'n vergunning aanvragen ?

Bij bouwen en verbouwen lijkt logisch.
Maar ook bij afbreken, herbouwen van een constructie en ook bij bestemmingswijziging.
Maar ook voor het vellen van bomen of bossen, een terrein gebruiken voor opslag, voor parkeren van voertuigen of aanhangwagens, plaatsen van één of meerdere verplaatsbare constructies, het aanleggen van recreatieve (sport)terreinen.


Procedure
De aanvraag wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar je de werken plant.
Het dossier wordt eerst op zijn volledigheid en ontvankelijkheid gecheckt.
Dit wil zeggen dat men nagaat of alle gegevens die op de plannen moeten staan aanwezig zijn en of ze duidelijk en leesbaar zijn.
Dit vooronderzoek duurt maximaal 14 dagen.
Na deze periode ontvangt de aanvrager en de architect een bewijs van volledigheid en ontvankelijkheid.
Vanaf dat ogenblik start het inhoudelijk onderzoek.

Inhoudelijk onderzoek.

De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar (GSA) heeft de leiding van het onderzoek.
Gedurende de eerste 30 dagen stuurt hij het dossier naar de verschillende instanties die over het dossier een advies zullen uitbrengen.
Welke instanties dit zijn hangt af van de aanvraag en de ligging.
De diensten moeten binnen de 30 dagen hun advies uitbrengen.

Advies GSA

Na deze periode maakt de GSA zijn advies op.
Dit advies is gebaseerd op
- de adviezen die hij ontvangt van de diverse instanties,
- de wettelijke en verordenende  bepalingen die voor deze locatie van toepassing zijn;
- de ruimtelijke overwegingen.
Dat laatste wil zeggen dat de GSA een advies uitbrengt over de opportuniteit van het ontwerp binnen de ruimtelijke context.
Het advies omvat bijgevolg zowel de legale interpretatie als de ruimtelijke beschouwingen.
Het eerste heet een objectieve interpretatie te zijn, het tweede heet een ruimtelijke opportuniteit te zijn.

Beslissing van het CBS.

Dit verslag maakt de GSA over aan het college die op basis van dit verslag een beslissing neemt.
Deze beslissing is voor het merendeel van de gevallen het besluit van de GSA.
Het college kan drie houdingen aannemen:
- een vergunning verlenen - met eventueel lasten en voorwaarden;
- een weigering;
- geen beslissing.
Dit moet gebeuren binnen de 75 dagen na het attest van volledigheid en ontvankelijkheid.

Aanplakking.

Binnen de 10 dagen na de beslissing moet de aanvrager en de architect van de beslissing op de hoogte gebracht worden.
De aanvrager moet dan binnen 10 dagen de gunstige beslissing op de plaats van geplande werken uithangen.
Vanaf dan hebben derden (buren, adviesverleners, derden en de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar) 35 dagen de tijd om de vergunning aan te vechten bij de Bestendige Deputatie.
In geval van weigering van de vergunning of indien het college binnen de voorziene termijn geen beslissing neemt, kan de aanvrager ook beroep aantekenen tegen de beslissing of tegen de niet-beslissing.
Klik naar: de stedenbouwkundige vergunning - beroepsprocedure






WONING G & S - ANTWERPEN

Rijhuizen verbouwen is niet evident. 
Toen G & E mij de woning die ze wilden kopen had ik het zoveelste een déjà-vu gevoel.

Geen enkele rijwoning die meer lijkt op een rijwoning dan een andere.
U kent dat, een voorplaats - waar niemand ooit zit, een tussenplaats, een achterplaats palend aan een koertje, wat uitbouwen naar achter.

Allen hebben ze een kenmerk gemeen: ze zoeken - hunkeren - naar licht dat ze achteraan in de tuin of op de koer hopen te vinden.


Want licht en leven gaan samen en dus willen we zoveel mogelijk aan die achtergevels leven.
Maar door steeds weer naar achter te schoffelen, verwaarloos je de voorkant.

Allemaal vierkante meters die je niet nuttig gebruikt.
Dus, zeg ik ja tegen de rijwoning maar ga daar flexibel me om, vooral in je geest.
En zo togen we aan het werk.

Als je goed kijkt zaten we met een meevallertje. Binnenkomen doe je via drie trapjes.

Normaal vinden mensen dat hinderlijk maar hier was het een voordeel.
Zo heb je een voorplaats waar je al rechtstaand een beetje op de straat neerkijkt zonder dat de straatlopers zelf kunnen binnenkijken.
Leuk toch.
En dus, waarom zouden we de keuken niet aan de voorkant brengen ?
Daar sta je toch vaak recht en met een aanrecht op 95 cm voel je je beschermd tegenover de buitenwereld.
Als ik in mijn keuken sta, wil ik de tuin zien en de kinderen zien spelen. Daarom moet de keuken vaak aan de tuin aan de achterzijde.
Zo cliché. Hoeveel keren heb ik dat al niet gehoord van bouwvrouwen ?

Zeg eens, hoeveel keer gebeurt dat op een jaar ?
En zijn spelende kinderen in de tuin een eeuwig gegeven ?

Dus, die keuken komt aan de voorzijde, dan kan je tijdens het afwassen lekker mensen kijken.
Spaart een terrasje uit, denk ik dan.
Wat S mij achteraf vertelde: 's morgens kan ik genieten van een kopje koffie of thee met een vrouwenblad erbij en af en toe naar de mensen gluren die in de straat lopen. Ondertussen ken ik er al een aantal.
Tiens, gemeenschapsbevorderend ook nog.
En toen vertelde ze wie daar aan de overzijde woont.
Met die wil ook wel eens een avondje stappen.


Die middenplaats is vaak de donkerste ruimte van het gelijkvloers. 
Daar moesten we ook iets aan doen.
Dus maakten we van het plafond van de achterste plaats een lichtbak.
Zo zie je dat zowel de linker muur als de middenplaats in het licht baadt zonder dat je de ramen ziet.

Een beetje mysterieus, toch ?

De zitruimte is het een kijk- en lichtfeest.
 
Met een klein horizontaal raam op gluurhoogte vanuit de sofa, een deurraam naar de tuin en een buiten-proportie-raam om de grootte van de ruimte te beklemtonen. 

Die muur vindt u vast ook nogal fuchsia, niet ? Ik ook, maar het past wel bij S.
Kijkt u maar eens in haar garderobe op één van de foto's hieronder.




In de inkom en traphal mag er best wat natuurlijk licht
binnenvallen.

De badkamer noemen G & S ondertussen een specialleke.

Vraag mij niet waarom.




De zolder werd slaap- en werkruimte. Door een gelukkig toeval, zat er in de nok een spie.
Dat kwam door de percelering. Een schuine voorgevel en een haakse achtergevel vraagt om creatieve oplossingen.


















De deur naar de tuin is ook net iets anders.

In plaats van een klassieke draaaideur werd het een taatsdeur.

Zo heb je geen tussenstijlen nog en oogt het opener van binnenuit.




Zo te zien zij G & S er wel gelukkig mee.

Er is ondertussen ook een kleine meid bijgekomen maar daar was de woning op voorzien.



De dakkapel is ook nieuw. Wat extra werkruimte aan de voorzijde kan geen kwaad.







DE STIJL



RIETVELD’S STOELENDANS

Van sommige kunstenaars/architecten weet je beter maar niets over hun voorgeschiedenis. Bij Rietveld ligt dat anders.

Hij was de zoon van een schrijnwerker en leerde het vak, na het afwerken van de lagere school,  in het atelier van zijn vader in Utrecht. 

Van de traditionele meubelkunst kreeg hij een afkeer en ging dan in de leer bij een juwelier. ’s Avonds volgde hij technisch tekenen bij het Kunstindustrieel Onderwijs en kwam zo in contact met de bouwkunst.
Hij trouwde al vlug met een verpleegster, had er zes kinderen meer maar een boeiend huwelijk werd het blijkbaar niet, ook al omdat hij de gereformeerde kerk vaarwel zegde.

Rietveld maakte ondertussen meubels. Welke meubels hij maakte zodat hij ervan kon leven wordt meestal niet verteld maar tussendoor maakt hij wel wat eigenzinnige dingen.

Samen met Rietveld’s meubelontwerpen, de schilderijen van Piet Mondriaan, de ideeën van architect Oud en composities van Theo Van Doesburg richten ze samen De Stijl op. 

Aanvankelijk zou de samenwerking starten tussen Van Doesburg en J.J.P.Oud die De Sfinx zou gaan heten, op aangeven van Van Doesberg. 

Maar kort nadien veranderde Van Doesberg van gedacht en moest de nieuwe stijl De Stijl gaan heten. Van Doesberg kon je maar beter niet tegenspreken of je kreeg zo de wind van voren.

Je moet wel over een grote dosis arrogante zelfzekerheid beschikken om een stijlbeweging al meteen De Stijl te gaan benoemen. 


Alsof De Stijl een eindpunt zou worden in de kunstgeschiedenis waarna nooit meer iets nieuws zou kunnen ontstaan. 

Voor de zoveelste maal zou alles als één geheel samenvallen. Schilder- en beeldhouwkunst, interieur- en architectuur, kledij en alle dagelijkse  artefacten, muziek en literatuur. Het alledaagse zou kunst worden en omgekeerd. Nederland, en bij uitbreiding de rest van de wereld, zou bevrijd worden van alle overbodige ornamentiek en zwaarwichtigheid; alles zou licht worden, bevrijd van het overtollige.
Dat werd nog het duidelijkst in de schilderijen van Mondriaan. Eerst vat hij een boom zonder naam en zonder bladeren nota bene, blinkend in
een avondgloed.

Later zal hij die boom – in spiegelbeeld – nog meer abstraheren. 

Als hij wat later een kerselaar tekent zijn alle schuine en gebogen lijnen verdwenen. 

En daar is het waar om gaat blijkbaar: de wereld kunnen vatten in een orthogonaal systeem. 

Schilders als Mondriaan weren elke vorm van perspectief; architecten en beeldhouwers doen het sec drie-dimensioneel.

Wat ook ontbreekt: de menselijke figuur. 

Zowat alle grafische en beeldende kunsten beginnen hun tekenlessen met blokken en beelden, opgezette vogels en wielen en eindigen met de menselijke figuur: het naaktmodel. Bij Mondriaan en consoorten valt de menselijke figuur van het canvas. 

De Rood-Blauwe stoel van Rietveld is ook zo’n manifesto (1917). Niet echt bedoeld als stoel, maar eerder als object dat toont dat ook stoelen kunnen gevat worden in een drie-dimensionele orthogonale structuur.
Toen ik de stoel voor het eerst zag dacht ik niet dat je er in kon zitten. Later was ik verwonderd dat je er toch makkelijk in zat, voor tien minuten tot een kwartier toch. Nadien gaat hij vervelen. 

En wees voorzichtig bij het verzitten: die stoel is alles behalve stabiel. 

Dat ligt hem aan de knooppunten. 

Rietveld had een hekel aan de meubels zijnes vaders. 

Knooppunten zouden dus niet in één
assenstelstel met pen of gleufverbindingen gemaakt worden maar met een uiteengetrokken assenstelsel waarbij de vijsjes zo klein en onzichtbaar moesten zijn dat geen enkele verbinding het lang uithoudt.

En het rode en blauwe vlak moeten op een zeer effemere wijze aan de structuur hangen, anders klopt het plaatje niet.

Erik Rinsema - Stoel
In 1919, twee jaar na Rietveld maakte een zekere Evert Rinsema ook zo’n stoel en noemde hem
armstoel. Op het eerste gezicht een kopie van de Rieteveld’s blauw-rode stoel maar nauwgezet als we zijn, zijn de verschillen overduidelijk.

Rinsema incorporeert de langse versteviging duidelijk, maar let ook op de knooppunten: het zijn verbindingen zoals meubelmakers ze van oudsher maken.

Ik heb hem nog niet kunnen testen maar mijn gevoel – en kennis – zegt mij dat Rinsema’s stoel steviger zit dan Rietveld’s model.

Dat heb je nu eenmaal als je je vadercomplex moet afzweren.

 
Hier ziet u één van de zeldzame foto’s van Rietveld’s stoel waar er verstevigingen zijn aangebracht in de langsrichting. 

De foto dateert van 1920 – tiens, één jaar na Rinsema’s model. 

Het is een foto van een modelappartement van BLOK IX, een project in Spangen, ontworpen door J.J.P.Oud en waar Van Doesberg de kleuren van de wanden bepaalde. 

BLOK IX, de naam alleen al geeft mij geen zin om er te gaan wonen. Lijkt meer een strafkamp.
Op de achtergrond ziet u ook Rietveld’s dressoir. 

Moet u eens lezen wat Rietveld zelf schrijft over zijn meubels aan J.J.P.Oud in een brief van 4 mei 1920:
Dressoir en een stoel verzond ik vanmorgen vast vooruit; ik heb echter zoo het gevoel dat het geen weldaad voor de menschheid is. Bekijk ze eens goeden zeg me eens uw indruk (…) Antwoord me dan s.v.p. eens heel vlug, of het maar niet beter is dergelijke dingen als studies te beschouwen, waarvan hoogstens wat invloed kan uitgaan op je gewoone werk. Ik zie het eigenlijk wel zoo in. Enfin zie zelf maar eens goed. Laat het vooral niemand opgedrongen worden.’

Dat dressoir lijkt mij eerder een secretaire, een meubel waarvan je het secreet moet kennen om het te kunnen openen. Een meubel met een verborgen handleiding. Maar het oogt ontzettend mooi, gewoon om er te staan en niets in op te bergen.

Overigens, een dressoir is een buffetmeubel met een bovenbouw waar je de borden rechtop in kunt zetten.  Dat is nu iets wat je bij Rietveld's dressoir niet kan, maar in Holland klinkt dressoir zo lekker cultureel.

U moet zich dat een beetje inbeelden: Rietveld had ruzie met zijn vader, geen gelukkig huwelijk, een halve opleiding achter de rug en een Nederlander die in die periode breekt met de kerk. En dan, 13 jaar na zijn eerste huwelijk ontmoet hij Truus Schröder-Schräder, een binnenhuisarchitecte en weduwe van een advocaat. 

Ze wil dat Rietveld voor haar een huis bouwt, en het mocht sterk afwijken van wat toen traditioneel gebouwd werd.

Nu moet ik eerlijk bekennen: toen ik de eerste keer afbeeldingen van het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht zag, was ik een beetje van mijn melk. 

Tot dan toe had Rietveld geëxperimenteerd met meubels en stoelen maar wat hij daar neerzette was nog nooit eerder gezien.

Zo merkwaardig, dat de kinderen van Truus Schöder beschaamd waren en aan hun klasvriendjes niet echt durfden zeggen waar ze woonden. 

Eerlijk gezegd: van veel integratie met de rest van de straat is hier zeker geen sprake. 
Maar het ontwerp oogt als een speels samenspel van vlakken die volumes ontsluiten en open maken.

Je kan er niets aan toevoegen doch ook niets weglaten of het klopt niet meer. Het lijkt allemaal toevallig maar dat is het niet.


Met Truus had Gerrit ook een bijzondere relatie. Of was het omgekeerd.  Ze was niet alleen zijn muze, ze had ook geld, ze ontwierpen samen en zetten die creativiteit tussen de lakens verder. 

Ze leefden samen en gedurende 7 jaren hield hij er ook zijn architectenbureau, tot groot ongenoegen van Truus’ kinderen die naast hun schaamte ook nog die Gerrit moesten verdragen in een huis waar geen greintje privacy te verkrijgen viel.

Iedereen staat vol bewondering voor het vernuft van Rietveld’s opdeling van de ruimte met wanden die konden wegplooien of schuiven en zo telkens weer een andere ruimte creëerde naar gelang de behoefte.

Maar die wanden waren wel gemaakt van triplex en geluidsdicht kan je die dingen niet noemen. Na een tijdje trokken de kinderen er weg en later ook Gerrit. 


Truus is er haar hele leven blijven wonen.