Posts tonen met het label REALISATIES. Alle posts tonen
Posts tonen met het label REALISATIES. Alle posts tonen

TRAPPEN - VLUCHTTRAP

Het is maar een vluchttrap.

Zo'n prefab gegoten element dat tijdens de werf ook al dienstig is.
Die trappen zien er dan soms niet uit.

Maar ziet: met de inbreng van de verfijnende interieurarchitecten wordt zo'n trap een zwijgende schoonheid.

Jammer dat vluchttrappen afgesloten moeten zijn. De brandweer eist dat.

De ruimtelijke beleving zou er anders wel bij varen mochten ze niet zo naar het non-existentiële verbannen zijn en misschien zou u dan minder de lift nemen.

Goed voor wat meer beweging.

Van de brandweer mag je veel verwachten maar niet dat ze hun regels laten vallen.

ANGULI - VERVOLG


Ik heb een paar reacties gekregen op mijn vorige blog over dat ANGULI-project.

Iemand zei dat ik mij had moeten laten inspireren door de woning links.
Die rijwoning.
Leer ze mij niet kennen, die rijwoningen.
Ik woon zelf in een rijwoning.
Met ramen die enkel kijken naar de overkant van de straat.
En vice versa.

Ik wilde ruimtes met zicht op zowel de overbuur als een inkijk in de Lakensestraat geven die recht naar het centrum uitloopt.

Inspiratiebronnen zijn een vrije keuze.

Ik heb overigens een paar architecten atelier-leiders gehad tijdens mijn opleiding, die mij leerden dat je beter afstand neemt van de buren qua materiaal maar vooral de schaal moet respecteren en het ritme herinterpreteren.

Dat lijkt mij nog altijd verdedigbaar.

Maar misschien heb ik mij van leermeesters vergist.

Maar dan moest de kritiek van Gilbert D. nog komen. Gilbert D. is een notoir architectuurliefhebber en eminent architectuurkenner.

Hij is zelf architect en woont in een huis van een architect die zelf zot was van Le Corbusier, de architect die, zoals sommigen beweren, alle architecten achter zich liet.

Gilbert D. vond mijn realisatie te wit.

Vooral het witter dan wit kwam er bij wijze van spreken zijn strot uit.
Ik versta dat.
Wit is maar wit.

Hij vindt het aberrant dat we van Palermo tot het hoge noorden nu alleen nog die steriele witte bouwsels tegenkomen.

Geef hem eens ongelijk.

Ik heb een paar van mijn ultieme voorbeelden opgezocht.

Le Corbusier's kapel in Ronchamp: wit.
Echt wit.


De vijf whites in Rotterdam van onder meer architect van der Vlugt die ook de Van Nelle fabriek ontwierp: allemaal wit.
De fabriek: ook wit.

Of het Bauhaus van Walter Gropius in Dessau: Wit

Zijn Meisterhäuser daar in de buurt, ontworpen samen met Mies Van Der Rohe en Eduard Ludwig: alles wit.

En Alvar Aalto's eigen woning, zijn eigen atelier en meer dan de helft van zijn nalatenschap: wit.

Altijd wit.

Waarschijnlijk Gilbert, heb ik mij ook hier van leermeesters vergist.


ANGULI

Ik denk dat de Vlaamse Bouwmeester hier positief zou tegenover staan.
Op vier minuten wandelen van het mooie centrum van Strombeek-Bever, in de schaduw van het atomium en als u naar Brussel fietst komt u voorbij het paleis van Laken en weet u aan de vlag op het dak dat de vorst in het land is.

Mijn opdrachtgever gaf het project ANGULI als naam, omdat het op een hoek gelegen is en omdat hij de Latijnse gedaan heeft.

En omdat ik er ook wat hoeken in zag.

Vier ruime duplex woningen op amper een voorschoot groot.
Er is er nog ééntje te koop.
Het mooiste.

Nog een paar weken en dan is het volledig af.

Dan zal ik het u helemaal eens laten zien.

DE ENE OMGEVINGSAMBTENAAR IS DE ANDERE NIET

In het midden op de foto ziet u een renovatie die we een paar jaar geleden realiseerden. Daar stond toen een ruïne en we hebben er een juweeltje van gemaakt (klik). Ik vind dat ik dat ook eens mag zeggen.

Een paar jaar later mochten we links ervan ook weer iets realiseren. Als de afwerking compleet zal zijn zal u zeggen: ook een juweeltje.

Rechts is een promotor uit West-Vlaanderen bezig. Bemerk hoe fijngevoelig die West-Vlamingen hier hier een discrete invulling neerzetten in het zeer beminnelijke binnengebied van Gent. Een West-Vlaams juweeltje.

Hoe lomp kunnen die gasten wel zijn zeg.

Toen we met het eerste project begonnen was het voor stedenbouw al naar adem snakken toen we vroegen om een lift in dat juweeltje te voorzien.

Toen we met dat andere project links begonnen - dat, ik herhaal dit graag, u binnenkort ook een juweeltje zal noemen - moesten we zo discreet en bescheiden mogelijk met ons programma omspringen.

't Moet zijn dat daar nu een ander ruimtelijk goedgevormde aan het omgevingsloket zit die ofwel geen plannen kan lezen ofwel aan die lompe West-Vlamingen niet duidelijk durft uit te leggen dat zoiets hier eigenlijk niet kan.

In Gent bestaat de grootste groep allochtonen uit 27 % West-Vlamingen.
Zevenentwintig procent.

Hierdoor wordt Gent de grootste stad van West-Vlaanderen.
De schepen met de bevoegdheid van ruimtelijke omgeving in onze stad is ook van West-Vlaamse origine, en Gents spreken zal hij ook nooit kunnen, laat staan het DNA van de Gentenaars begrijpen.

WERVEN - VEERPOORT

Ze installeerde zich  eerst tegen een boom die zo zelfzeker de Leie afboordt.

Ze haalde een map boven en begon te schrijven.

Aan de snelheid van haar pen en het langgerekte denkwerk tussendoor mocht het  poëzie zijn.

Of een stukje.

Daar werd ze moe van en ging wat liggen rusten op de bank.

Gedichten schrijven, of een stukje schrijven; we kennen het.

Vermoeiend.

Ik mocht dit zien vanuit de loft terwijl ik op de aannemer wachtte.

Straks zal de eigenaar van de loft hier zelf ten volle van kunnen genieten.

Van de Leie,
haar rust,
haar stille vloeibaarheid,
haar verdoken parkje,
haar dichters.

Haar stukjesschrijvers.

ALS U INTERESSE HEEFT, BEL THOMAS  0486 62 61 76.
Zeg dat u van mij zijn nummer hebt. Ik zal een goed woordje voor u doen. 



WERFKUNST - SIMON HANTAÏ

SIMON HANTAÏ.  ETUDE   1969
Vorige week hebben we op een werf twee werken van Simon Hantaï ontdekt.

Waar precies mag ik hier niet verklappen maar het is werkelijk een uitzonderlijke vondst.

Simon Hantaï is zoals u weet, een kunstenaar van Hongaarse afkomst en kort na de laatste grote oorlog naar Parijs verhuisde. Hij was het surrealisme een beetje beu en volgde de lijn van de action painters zoals Jason Pollack maar dan op zijn manier; gemengd met Franse kaas en wijn en kleiner van formaat.

Hantaï was te zien op de Biënale in Venetië en het Centre Pompidou wijdde er in 2013 een retrospectieve aan.
Zeg nou zelf, Fransen zijn altijd erg lief en vriendelijk voor hun kunstzinnige inwijkelingen. 

Zijn werken gaan voor minder van de hand dan die van Jason maar voor een doek van 60 bij 60 mag u toch rap 100.000 euro neertellen.
Veel musea van hedendaagse kunst hebben werk van Simon Hantaï in hun collectie, weze het niet altijd aan de muur van hun propere voor het publiek opengestelde zalen.

Vorige week hebben we dus twee Hantaïs ontdekt. De opdrachtgever was van plan om het stil te houden, uit schrik dat de gemeente het in zijn hoofd zou halen om er een HAMUXX van de te maken.
Een HAntaï MUseum te XX.
Of misschien ook MUHAXX.
Daar is nog twijfel over.

Bij de interieurarchitecten is er ook twijfel.
Die twijfelen tussen overpleisteren en bewaren.
Ze houden nogal vast aan smetloze zuivere wanden en vrezen dat het werk van Simon Hantaï een beetje tè dominant aanwezig zou zijn in het interieur.
Dat het tè prikkelbaar zichtbaar zou zijn.

Ik ben overtuigd van het tegendeel. Voor mij moet het bewaard blijven. Ik heb de opdrachtgever voorgesteld om het via Christie's of Sotheby's op de markt te gooien.

Maar indien u geïnteresseerd bent, aarzel niet mij te contacteren. Ik denk dat ik voor u een goed woordje kan doen bij de opdrachtgever, om tegen een redelijke kunstliefhebbersprijs het tot uw appartement te maken.

Een Simon Hantaï-appartement zeg.

THE EYE OF GALVESTON - STEDELIJKE VERDICHTING

Soms moet je niet veel doen om boeiende ruimtes te maken.

Gewoon hergebruiken wat er al was, zoals in dit voormalig fabriekspand van GALVESTON in Gent, waar ooit heel veel stoom nodig was.


VISMIJN HEROPEND

In elk beleidsplan van burgemeesters neemt het een belangrijk hoofdstuk in: het lintjes knippen.

Vorige vrijdag werd er weer eentje doorgeknipt door onze geliefde burgemeester: de van oudsher gekende en vernieuwde vismijn werd weer open verklaard.

Burgemeesters kunnen bij dergelijke gelegenheden blindelings speechen: ze gebruiken de woorden als moed, lef, ondernemingszin, financieel sterk, prachtig initiatief, fier en trots, het DNA van onze stedelingen; koppig mag ook, succes zal verzekerd zijn en vooral niet de namen van de gastheren vergeten.

In de kranten:
OUDE VISMIJN IS WEER OPEN - ZOVEELSTE KEER, GOEDE KEER ? (De Gentenaar)

OUDE VISMIJN WORDT EVENEMENTENCENTRUM (Het Laatste Nieuws)

In De Morgen, De Tijd en De Standaard niets over dit evenement. Begrijpelijk.
In de Gazet van Antwerpen en het Belang van Limburg ook niets. Ik vraag mij af waarom. Een beetje jaloersheid in die provincies ?

De Oude Vismijn was haar eenzaamheid een beetje beu, ook de achterklap en 't liegen.

Als u vanaf nu veel naar evenementen mag gaan in het Gentse is de kans groot dat het op deze locatie zal zijn. En indien niet zo, dan moet u een beetje beginnen twijfelen aan het niveau van het evenement.

Als een gebouw een interessant gebouw genoemd wordt, dan wil dat meestal zeggen dat het maar zozo is.

Als het geen interessant gebouw is vervallen we of in superlatieven of in vernederingen.
In casu opteer ik voor het eerste, de superlatieven. Het is een mooi gebouw geworden, met een leesbare structuur, verrassende wendingen, historisch respectvol aangepakt, een discrete hedendaagse touch, een sfeervolle omgeving op één van de mooiste plaatsen van de stad, zegt men dan.
Of zou men moeten zeggen.

We hebben dat laatste moeten verbeteren: op één van de mooiste plaatsen van de wereld, want het zicht op de Gras- & Korenlei is er één, tot over de rand gevuld met Unesco Werelderfgoed.
Er zijn niet zoveel etablissementen die daarmee kunnen uitpakken.

Van de Unesco kunt u veel zeggen maar hun selecties Werelderfgoed gaan we hier niet ter discussie stellen.

En ik kan het weten; ik heb er een paar maanden van mijn rijk gevulde leven gespendeerd en gewerkt om ervan te maken wat er moest van gemaakt worden: een plaats waar u en ik in alle stijlvolle intieme grandeur kunnen genieten van al het fijnste wat onze reuk- en smaakpapillen in vervoering kan brengen.

Met een beetje geluk komen we er elkaar tegen, bij voorbeeld tijdens het festival van Vlaanderen of bij Ode Gand. 


BETON - NIET TE STOPPEN

Moet u eens kijken.

Een kraaknette betonmolen gaat zijn vrachtje storten in een pompwagen en dan wordt de specie uitgespreid - afgespaand - op de tweede verdieping.

Kijkt eens hoe mooi die betonmolen is.
Hij blinkt van de nieuwigheid, van trots; geen modderspatje aan de banden.

Zo'n kersverse betonmolen komt mijn werf voederen.
Mijn werf.

Op zo'n dagen denk ik er niet aan om te stoppen.
Zeker niet aan betonstoppen.
Die vrachtwagen ook niet.

We krijgen nog wat respijt.
Na de zoveelste uitschuiver van La Schauvlieghe weten we sinds vorige vrijdag dat we het nog langer zullen mogen doen dan 2040.

PALIMPSEST III

We staan hier met een paar deskundigen in de paardenstallen van wijlen Jef D'Hane aan de achterzijde van zijn floriant optrekje in de Veldstraat in Gent met de bedoeling ze te palimpsestreren tot een onderzoekscentrum waar bevlogen muzikanten en musicologen instrumenten en partituren zullen bestuderen en bepotelen opdat de algemene en bijzondere muziekkennis er op vooruit zou gaan, neergepend en neergeslagen in voldragen doctoraten.


Een normale mens zou er niet aan denken om zoiets in een vochtige paardenstal te doen maar we zijn nu eenmaal gevangenen van waarneembare geschiedenis en dus gaan we die al decenialange in onbruik geraakte artefacten niet afbreken maar voor een zekere periode gebruiken voor andere doeleinden dan ze in 1773 voor ogen hadden.

U moet zich dat inbeelden dat u als doctorandus vol verwachtingen van de andere kant van de wereld naar Gent afzakt en dat men u daar dan met de glimlach in een paardenstal duwt.
Het verhaal van Hansje en Grietje is geloofwaardiger.

De sporen van de driftige hengsten op de tussenschotten zullen het onderzoek inspireren.

Dat is wat ARCHIPEL ons duidelijk wil maken in haar jaarthema PALIMPSEST (klik) dat als metafoor moet dienen om ook in gebouwen, laag na laag de geschiedenis een meerwaarde kan zijn, boven functioneel ontworpen gebouwen die de geschiedenis misschien nauwelijks dertig jaar zullen overleven.

Hoe het komt dat die paardenstallen en dat koetshuis er nog altijd staan ?
Omdat drie, vier generaties terug, toen ze in onbruik geraakten, er geen geld of behoefte was om ze af te breken en er iets anders neer te zetten.
Of gewoon omdat men toen een beetje lui was.
Zalig eigenlijk, lui zijn.

Maar u zal aangenaam verrast zijn als u over enkele maanden er een besloten concertje mag bijwonen.
Koetshuis wordt trekpleister voor muziekliefhebbers.

VISMIJN

Het is niet de eerste keer dat een architect geconfronteerd wordt met programmawijzigingen, en het zal ook niet de laatste keer zijn. Meestal is dat om budgettaire redenen.  Dat is een andere manier om te zeggen: als er geen geld in 't bakske ligt, dan is er veel lawijt.

Toch is het niet altijd zo. Soms komen programmawijzigingen voor er budgettaire problemen van komen. Daar onderscheiden goede ondernemers zich van al de rest.

De mensen rond de Vismijn zien af van een sterrenrestaurant. Spijtig voor wie van lekker eten houdt misschien, maar de Vismijn wordt misschien wel een oord waar u en ik elkaar kunnen ontmoeten rond een lekker glas after hard work.

In de Gentenaar en zelfs in De Standaard haalde de Vismijn het nieuws.

De redactie had net zo goed bij ons een kunnen aankloppen om te zien hoe feilloos echte vaklui andere dan budgettaire problemen oplossen.

WERFCONTROLE


Een luifeltje mag iets hebben.

Zweven moet het doen.

Vooral geen vragen stellen van hoe het luifeltje dat voor mekaar krijgt.


WERFBEZOEK

Toen we één en ander moesten wegbreken in een overigens uitstekende horecazaak, kregen we kijk op de creatieve inbreng van de sector.
Op een bepaald ogenblik werden de afvoerbuizen afgesneden en omdat een horeca zaak niet gediend is met rioolgeurtjes hebben ze er uit voorzorg maar twee kopjes over gehangen.

Wat het dichtst voorhanden was dus.

Elke sector heeft zo zijn eigen wetmatigheden.

We zijn op nu zoek naar een definitieve oplossing.

Liefst uit een andere dan de horecasector.



De cyclus MAOff en RPM start binnenkort opnieuw.
Meer weten over het programma : klik hier.
Management van een ArchitectenOffice en Ruimtelijk ProjectManagement.

WERFBEZOEK


Het is geestig om ze zo balletterig bezig te zien.
De ene spuit, de andere strijkt glad.
Beide gasten zijn Pools op elkaar ingesteld.

Er zou muziek moeten geschreven worden voor die gasten.

Geen symfonie voor stukadoors in G-groot, maar eerder zoiets als The Plasterer Song.

Of beter: THE STUCSONG

Ik ken een woord dat daar links-progressief op rijmt.




De cyclus MAOff en RPM start binnenkort opnieuw.
Meer weten over het programma : klik hier.
Management van een ArchitectenOffice en Ruimtelijk ProjectManagement.

WERFBEZOEK ELEGANT

Ze weten het vaak zelf maar net, doch metsers staan er soms zeer elegant bij.

Zoals hier in Gooik waar stenen minutieus geslepen worden en dan met veel liefde voor het ambacht in een wilde streklaag verwerkt worden.

GENT - VISMIJN

Dit is een beeld van de Oude Vismijn in Gent aan de Leie en de start van 't Liefken, het kanaal dat in 1215 gegraven werd met de bedoeling rechtstreeks naar de zee te kunnen varen dia Damme en het Zwin om zo die Antwerpenaren te vermijden.

Het is een beetje stil rond de Vismijn maar daar komt verandering in.

Rond het Liefken zal het nog lang stil blijven denken we.

Van de vismijn mogen we nog niet veel zeggen maar we gaan daar iets heerlijks van maken.

We komen er mekaar misschien wel eens tegen.
Later.

Terloops: de cycli MAOff en RPM gaan weer van start begin januari.
Management van een ArchitectenOffice.
Ruimtelijk ProjectManagement
Voor programma en details: klik hier.

WERFBEZOEK - PECH

Was het een meningsverschil tussen de architect en de metsers ?
Een plotse woedeaanval die afgereageerd werd op de vers gemetste muur ?

Of was het een plotse windhoos ?

Jammer.
We kunnen het ons niet meer herinneren.

Terloops, de inschrijvingen voor MAOff zijn weer gestart.
Management van een ArchitectenOffice
Klik hier voor details en het programma.

WERFBEZOEK - STOER

Ik stak mijn kop boven de ladder en zag dat er stoer gewerkt werd.

Wat kon ik hier verder bijdragen ?

WERFCONTROLE MEERBEKE

Alles wat hier behouden kon worden, werd behouden.

Alleen het koterijgedeelte moest eraan geloven.

We zijn halfweg en het begint vorm te krijgen.

SINT-BERNADETTE, BID VOOR ONS

Ik ben vorige week een paar keren geschrokken. Ik heb er zelfs een slechte droom aan overgehouden.
Het begon met die reportage dat er in Gent sociale woningen onbewoonbaar waren verklaard en toch nog bewoond waren. Dat kan gebeuren.
Dat er schimmels op de muren groeien, dat kan gebeuren.
Dat een sociale huisvestingsmaatschappij daar toch nog huur voor vraagt, dat kan blijkbaar ook, al is het onwettelijk.

Tot ik hoorde dat het in de Sint-Bernadettewijk was. Ik begon te angstzweten.
T'is toch niet waar zeker.

Nu moet u weten dat dit één van mijn eerste opdrachten was, zo'n vijfendertig jaar geleden: de renovatie van drie appartementsblokken in de Sint-Bernadettewijk.

Zouden die nu al verkrot zijn ?
Dit is iets dat ik mezelf niet kan aandoen. Echt niet.

Tot ik hoorde dat het om de woningen ging en niet om die appartementen.
Over die woningen zal ik het straks hebben.

Die appartementen zijn er gekomen na WO I in een periode dat er veel woningnood was en er weinig geld was.
Waar hebben we dat nog gehoord ?

Enfin, die blokken waren ook met minderwaardige materialen gezet, uitgeleefd en stonden te wachten op sloop maar ook in de jaren tachtig was er veel woningnood en weinig geld. Dus besliste de toenmalige Gentse Maatschappij voor de Huisvesting om over te gaan tot renovatie en ik mocht een voorstel doen dat zo goed was dat het aanvaard werd.

Vlak voor we aan de werken zouden beginnen was er nog een info-avond voor de bewoners van de Sint-Bernadettewijk in de Sint-Bernadette parochiezaal met de medewerking van de toenmalige en zeer dynamische pastoor, Dries Morel, die vroeger in een andere parochie onze jeugdclub-mentor was.

Er bestond nog geen ppt en dus hadden we wat dia's gemaakt van de plannen en ik had ook wat binnenzichten getekend om te tonen hoe schoon en hoe goed die mensen wel zouden gaan wonen.

Na de uiteenzetting mochten de mensen vragen stellen maar niemand stelde er één, wat we interpreteerden als dat het allemaal prima in orde was. Pas na twee pinten kwam een vrouw mij vragen of er naast haar wasmachine, er ook plaats zou zijn voor haar droogkast. Ik heb haar toen gezegd dat ik dat vergeten was maar ik beloofde haar dat ik de plannen voor haar zou aanpassen.

Ik had toen in de politiek kunnen gaan.

Als u die gebouwen nu ziet zult u zeggen dat die architectuur wel een beetje gedateerd is, maar dat zullen ze over de architectuur van vandaag over vijfendertig ook wel zeggen.

Waarom zijn er anders jaartallen uitgevonden ?

Maar kijk, er kwam een balkon bij, een naar de huisvestingsnormen, ruime leefruimte, op het gelijkvloers een tuintje en achteraan een individuele berging voor hun fietsen en andere nuttige zaken.

En dan nu over die woningen.

Die waren naar een ontwerp van architect Oscar Van De Voorde, waar veel architecten vermoedelijk nog nooit van gehoord hadden tijdens hun opleiding - ik ook niet - maar die woningen hadden een schattig landelijk karakter, geheel in de geest en gedachte van de katholieke huisvestingsfilosofie.
Die waren ook aan grondige renovatie toe maar dat zou in 1980 teveel  kosten.

Er werd daarvoor een mini-programma bedacht door de toenmalige directeur, dat door zijn raad van bestuur - voornamelijk CVP'ers - werd goed bevonden. En vooral, ze konden dat in eigen beheer doen zonder medewerking van een architect en dat was dan toch al dat gespaard.

De platte daken werden vernieuwd, van wat lichtkoepeltjes voorzien, een nieuwe keuken en badkamer en dat was het.
Nu moet u van niet teveel bouwkennis voorzien zijn om te weten dat als u een woning voor lange tijd wil veilig stellen, u moet beginnen met het dak. Een dak goed vernieuwen is prioritair om duurzaam te renoveren.
Daar was geen geld voor maar de toenmalige directeur kende een wondermiddel. Gevelverf van Matthys die 1,5 tot 2 mm dik op de gevels uitgesmeerd zou worden en dat zou het vocht wel buiten houden.
Mijn enige inbreng was dat ik de kleuren mocht kiezen.
Ze vonden ze goed want het waren CVP-vriendelijke kleuren.

Als het nu binnen vochtig is en de daksparren verrot zijn, verwondert mij dat niet.

Wat wel verwonderlijk is, dat als een particuliere woning door de burgemeester onbewoonbaar wordt verklaard, die niet verder verhuurd mag worden. En het moet niet steeds gaan om ernstige vocht- of schimmelproblemen; de optelsom van een aantal kleinere mankementen is vaak al voldoende.  U moet dan alles ten gronde vernieuwen of verbeteren alvorens u opnieuw mag verhuren. Een bevoegde ambtenaar moet dat eerst komen controleren.

U mag de woning ondertussen ook niet verkopen aan derden. U mag ze alleen aan de stad verkopen door het systeem van voorkooprecht. En dat doet ze met plezier, voor een habbekrats.

Als u binnen een drie of vier jaar niet rond bent met met uw renovatiewerken krijgt u een boete van 10.000 € aan uw been. Nog een jaar vertraging: 12.500 €. Elk jaar komt er 2.500 € bij. Desnoods tot wanneer uw geld op is. Om leegstandskankers in het stadsweefsel te vermijden.

Deze week is uitgekomen dat dat blijkbaar alleen maar geldt voor particulieren.
Voor huisvestingsmaatschappijen die bestuurd worden door de verkozenen geldt dat waarschijnlijk niet. Anders had ons stadsbestuur zeker ingegrepen bij zulke menswaardige toestanden.

Op de foto deze week in De Standaard, zag ik dat ze daar nog een aantal garageboxen neergepoot hebben.

Toch niet onbelangrijk dat de auto's van de bewoners in het droge staan.