TROMPE L'OEIL XXVII TRAPPEN

Trappen zijn een nuttige uitvinding.

Ze worden verondersteld u naar een hoger of een lager niveau te brengen.

Trappen zijn niet gemaakt om tegen een raam te eindigen.

En toch hebben META-architecten het lef gehad een paar treden op een ogenschijnlijk niets te laten eindigen.



Je kan hier zitten mieselen, gratellen, ladoerberen of zoals deze heer Wim S., casaforeren.




met dank aan de vzw ARCHIPEL

WAAROM IN BEROEP GAAN ALS HET OOK EENVOUDIG KAN ?

In beroep gaan tegen bouwplannen wordt moeilijker, met name procedures voeren als je tijdens het openbaar onderzoek niet hebt gereageerd (DS 30 oktober).
De Vlaamse regering moet al te vaak haar onvermogen vaststellen om binnen een redelijke termijn een rechtszekere vergunning af te leveren. Met deze maatregel probeert ze haar frustraties weg te werken.

Voor de 50.000 à 60.000 burgers in Vlaanderen die jaarlijks een aanvraag indienen, is de kans op succes ook niet gegarandeerd.
Bij een weigering of een bezwaar van mensen die een vergunning niet zien zitten, kan er een procedure ingeleid worden bij de Deputatie (de provincie).
Tijdens die procedure is in een hoorzitting met de Deputatie voorzien.
Een week vooraf krijgen de betrokkenen zelfs het verslag van de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar toegestuurd.
Dat is handig.
Zo kunnen de betrokkenen de heikele punten vooraf bestuderen en zich voorbereiden om te verduidelijken of lichte aanpassingen voor te stellen, waardoor het dossier nog goed landt. De discussie wordt met alle betrokken partijen rond een tafel gevoerd. Zo wordt het ook voor de Deputatie duidelijk wat eventueel zwaar doorweegt en kan ze met kennis van zaken een goede beslissing nemen.

Waarom kan dat niet op gemeentelijk niveau? Waarom kunnen de aanvrager en alle betrokken partijen niet ook vooraf het verslag krijgen van de gemeentelijke stedenbouwkundig ambtenaar?

Waarom kan ook hier niet rond de tafel gezeten worden om te horen wat zwaar doorweegt of te luisteren naar voorstellen van bijsturingen die een verbetering kunnen inhouden? Ook partijen die tijdens het openbaar onderzoek bezwaar aantekenen, kunnen daarbij betrokken worden.

Nadien kan ook het college met meer kennis van zaken een beslissing nemen, in plaats van zich alleen te baseren op het verslag van de stedenbouwkundige ambtenaar, dat in de meeste gevallen klakkeloos door het college overgenomen wordt. Als hiervoor een termijnverlenging nodig is om het dossier kwaliteitsvol af te handelen: geen bezwaar, net zoals bij de Deputatie.

De gemeenten moeten zich niet verschuilen achter de mogelijkheden tot voorbespreking.
Alle architecten weten dat zelfs met een goede voorbespreking er nog steeds elementen tussen de mazen glippen, die maar al te vaak leiden tot een stedenbouwkundige weigering.

Het zou veel tijd en frustraties besparen, ellenlange procedures overbodig ­maken en het biedt de kans om een kwalitatievere beslissing op de tafel van het college neer te leggen.

Rond de tafel zitten en naar elkaar luisteren, wat is daar eigenlijk mis mee?

STEDELIJKE VERDICHTING XXXVI - STEDELIJKE GEVELS

Deze compositie was op deze wijze zichtbaar op de tekentafel.
Of op het computerscherm.

Nu enkel zichtbaar vanuit een zijstraat.

Als je er langs rijdt merk je er niets van.

Vaak wordt er veel in gevels geïnvesteerd zonder dat u en ik er van genieten.

TROMPE L'OEIL XXVI - CHACOCHE

Veel vrouwen dragen de helft van hun huishouden mee in hun chacoche.
Daar kijken we niet meer van op.

Maar wat sleurt een man mee in zijn chacoche ?

De man maakte deel uit van een groep gesenioreerde museumbezoekers die de aandacht probeerden te houden bij wat de gids over moderne kunst trachtte over te brengen.

Droeg hij de chacoche van zijn vrouw die het sleuren niet meer aankon ?

Een beetje later zag ik het, bij het einde van het bezoek.

De man haalde er netjes de keurig door zijn vrouw opgevouwen jas van zijn pak uit.
Als u goed kijkt ziet u een klein lipje van zijn jas uit de chacoche piepen.


Dat zijn mannen die met een levende gebruiksaanwijzing naast zich door het leven gaan.

LUPULUS - ASSE - SLOPEN


Dit huisje is zowat het enige dat we gaan laten staan.

Een huisje dat een paar decennia lang dienst deed als drukkerij.

De heer De Rop, ondernemend middenstander breide er zijn activiteiten aan elkaar, kocht een pandje links en rechts op, tot verdere uitbreiding er niet meer inzat.

En ook zijn inkt en drukkersenergie op was.

De drukker werd oud, het orderboekje werd niet meer geopend, de machines vielen stil.


Een stuk ambachtelijk leven verdween uit het centrum van Asse.

Zoals op veel plaatsen overigens.

We gaan daar nu een paar maanden werfkeet houden.
Hopelijk steekt de aannemer er naast wat ramen ook een kacheltje in.

Als de werf voltooid is gaan we van dit huisje een pareltje maken. Voor opnieuw een actieve ondernemer, zonder zicht op fysieke uitbreiding deze keer.

Maar eerst moet er nog veel gesloopt worden.

STEDELIJKE VERDICHTING XXXV - BRUSSEL NOORD II

Heel wat pendelaars die met de trein uit de konijnenpijp naar het Noordstation sporen of omgekeerd, beseffen niet in welk decor ze meespelen.

In het vorige blogje had ik het reeds over het verschuiven van het noordstation van het Rogierplein naar de huidige locatie.

Het is een deel stedelijke ontwikkeling zoals we ze niet altijd willen.

Een overbebouwde zone waar geen voetgangers of fietsers thuis horen.

TROMPE L'OEIL XXV - MEERIJDEN

De dikke Mercedes kwam aan gereden en het meisje dat naar hier kijkt begon te dansen op de muziek die uit het open raam verloren liep.

Toe zei hij iets en kwam het brillenmeisje erbij.

Hij gaf wat instructies, ondersteund door een gebiedende hand.

Toen dook het dansende meisje op de achterbank.

Een beetje later die gebrilde meid ook, met een zware tas op haar schoot.

GEMENE MUUR - SCHEIDSMUREN

Bij sommige scheidsmuren hoor je 's morgens je buurvrouw zomaar onder de regendouche staan, of hoor je de baby huilen of erger; je hoort zesendertig keer een tienermeisje iets van Wim Mertens probeert te spelen, maar het lukt haar niet.

Nu ben ik een redelijk bescheiden fan van Wim Mertens, maar dan niet gespeeld door dat lieve kind van hiernaast.

Als je wat woningen afbreekt zie je soms ook het omgekeerde.

Voorouders die niet goed wisten hoe ze moesten aanbouwen en voor alle zekerheid er maar een nieuwe muur tegenaan kwakten.

Dat kan nooit slecht zijn op het vlak van geluidsisolatie.

Zestig centimeter baksteen, daarachter  kunnen buurmeisjes naar hartenlust Wim Mertens instuderen en nog eens en nog eens en ...

STEDELIJKE VERDICHTING XXXIV - BRUSSEL NOORD

We zijn er aan gewend geraakt, aan die betonblokken die ons moeten beschermen tegen verziekte geesten die in naam van ik weet niet wat, met zwaar materiaal een drukke straat inrijden in de hoop zoveel mogelijk slachtoffers te maken.

Het zijn de niet-ophaalpoorten van onze middeleeuwse steden; je komt er niet in als je er niets te zoeken hebt.

Hier aan het einde -of het begin, 't is maar hoe u het bekijkt - van de Nieuwstraat in Brussel.

Het lijkt wel: let op, hier verlaat u een veilig gebied.

Dat is wel een beetje zo.
Als u rechtdoor wil moet u eerst de Kruidtuinlaan trotseren.

Aan de overzijde ligt het metrostation ROGIER.

Ooit lag hier het Noord-Station maar sinds de ondergrondse noord-zuidverbinding is het station naar het Noorden opgekropen.

Het Rogier plein werd een circulatieplein voor taxi's, auto's, bussen waar voetgangers hun rechten moesten veroveren.
Fietsers waren er al helemaal quantité négligable.

Aan de noordzijde was er de Martini-toren een symbool van het modernisme in België.

Maar gebouwen gaan bijna even vlug tegen de vlakte als ze fiscaal afgeschreven worden.

Vooral als de ligging, de ligging en nog eens de ligging de bedwelming van meerwaarde niet kan weerstaan.

Zo kwam er die nieuwe Dexia - Belfius-toren van Philippe Samyn & Partners.

Tegelijk ontstond in 2006 formeel het idee om heel het plein aan te pakken.
Een plein dat auto's enkel stapvoetsgewijs mogen gebruiken als ze er werkelijk iets te laden of te lossen hebben; voor het overige zijn de voetgangers en de fietsers er de baas.

Een wedstrijd - gewonnen door architect Xavier De Geyter - selecteerde ook een nieuwe luifel die zowel het plein moest bedienen als de toegang tot het vernieuwde metrostation.

Die luifel is tegelijk een baken als een beschermer.
En wat ik er zo aan bewonder: die luifel geeft het plein de juiste schaal die we als voetganger nodig hebben.

Het richt onze blik op een stadsplint die bevattelijk is.


Luchtig overdag en feeëriek 's nachts.

Maar het had wat voeten in de aarde alvorens alles binnen de juiste plooien viel.
Organisatorisch alleen al; de armlastige gemeente Sint-Joost-ten Ode, het verdeelde Brussels gewest, de Europese fondsen, Brussel Mobiliteit en Beliris.

Probeer daar maar op korte termijn een unanieme beslissing door te drukken.

En waren er nog de veiligheidsdiensten en de brandweer die geen glas in die luifel duldden, de financiële beperkingen (kan dat niet wat kleiner en goedkoper ?) en een aannemer die zoiets ook niet dagelijks uit te voeren krijgt.

Als ontwerper zou je van minder ontmoedigd worden.

Als straks heel het plein afgewerkt raakt, zal er wel een reden zijn om een feestje te bouwen.

Wat volgens mij nog ontbreekt: een vlotte doorstroming voor de voetgangers en fietsers van de Nieuwstraat en het Rogierplein zonder dat ze door het autoverkeer gehinderd worden.

Ik heb zo een paar ideetjes.



TROMPE L'OEIL XXIV - DAKLOZEN

Het is toch een beetje schrikken op zondag ochtend bij het afhalen van de pistolé's en croissants.

Ziet u daar ook op het einde van de foto, in de oksel van een pompeuze oprit, een dakloze liggen ?

Zo dicht bij huis, het is even schrikken.

Maar kijkt u ook eens goed; een dakloze met rode schoenen ?

Kent u veel daklozen met rode schoenen ?

Een paar passen verder wordt het duidelijk.

De romantische wrijfoefening tussen die twee lichamen laten iets anders vermoeden: die twee hebben een hotelletje uitgespaard.

Ze waren erop voorzien.
Wat slaapzakken en een kartonnen matras.

Noch koffers noch zakken met spullen in de buurt te verkennen.

Een city-trip zonder dak.

Gewoon een nachtje samen onder de openbare hemel. Voor de burn-out toeslaat.

Gisteren zag ik dat de kartonnen matrassen netjes opgevouwen staan in een hoekje, wachtend op de volgende hemelskinderen.