KUSTSYNDROOM



Hier ziet u de tuinzijde van een paar zeedijkwoningen. 

Vaak hebben we de neiging om dat de achterzijde van een woning te noemen. 
En omdat we ze achterzijden noemen, hebben ze schijnbaar geen streepje voor op de voorzijden.

Ik zou deze met klimop begroeide gevels geen achterzijde noemen. 
Het zijn gezellige plekken om er beschut tegen de overheersende westenwinden uit te rusten, ware het niet van die flankerende buren die dreigend over de naar mensenmaat gebouwde tuinmuren neerkijken.



Aan de voorzijde zie je wat deze vakantiehuizen te wachten staat. 

Sloop en het zoveelste appartementsgebouw dat zal opgetrokken worden.

Kijk eens goed naar de namen die twee van deze kustvilla’s dragen: NITCHEVO en INSHALLA.

Adamo zou zich hier waarschijnlijk thuis voelen.

Minstens twee van die vakantiehuizen zijn gezet door een joodse familie die er ongetwijfeld heerlijke zomers en wellicht ook andere seizoenen intens beleefd hebben.

Maar de familie baarde nieuwe generaties die de opeenvolgende erfenissen niet meer in takt wisten samen te houden, en dan vallen ze ten prooi aan de meest biedende.

Je kunt ze het niet kwalijk nemen, al die kinderen, klein- en achterkleinkinderen van vaders en moeders hun centen staken in een comfortabele vakantiewoning aan een gezond verklaarde kust.

Je kunt ze het niet kwalijk nemen dat deze onverdeelde erfenis uiteindelijk van de hand doen. Het is tenslotte geen familiebedijf.

Daar hebben zowat alle promotoren weten garen uit te spinnen.
Nu zetten ze per kavel minstens acht à tien individuele appartementen.

Vooruitgang noemen we dat. 

Een TOPPROJECT noemen de projectontwikkelaars het.

Ook sociaal, want weldra genieten acht gezinnen van dit strookje kust, in plaats van één geprivilligeerd gezin.

Na deze generatie komt er geen momentum meer, waarop ze alle acht of tien tegelijk akkoord zullen gaan om hun eigendom te verkopen of te ruilen tegen een nog groter blok.

Alleen al om deze reden moeten we beseffen dat we met deze appartementsblokken langer zullen opgescheept zitten, ver voorbij de generatie van onze achterkleinkinderen.


Tenzij deze constructies in een dermate lamentabele toestand komen dat slopen en herbeginnen economischer blijkt dan opdringerige dure renovatiewerken. 

Eén ding vraag ik mij wel af: zullen de nieuwbakken appartementen ook die verhoogde terrassen op het gelijkvloers kennen.? 

Het is daar heerlijk vertoeven in de avondzon, neerkijkend op de passanten van hetzelfde ras.

En zouden ze op het gelijkvloers ook zo’n gezellige binnenruimte plannen, van klimop voorzien ?

Zullen we ooit nog zo intiem van de zee kunnen genieten ?

WERVEN - HOUTCONSTRUCTIES



Ik heb een zwak voor dit soort verbindingen. 

Omwille van de eerlijke ambachtelijkheid die je op het randje van naïviteit kunt laten scoren.

Het toont hoe balken aan elkaar gekoppeld werden om er langere slungels van te maken.

Er was nog geen sprake van stalen bouten – die kostten toen te duur.
Of ze waren in deze toen nog landelijke omgeving nauwelijks te verkrijgen.


Een schuine kant aan de uiteinden zagen en ze verbinden met houten pennen, of duvels zo u wil, leek efficiënter. 
Er kwam ook nog een vertikale veer aan te pas waarin een spie werd geklopt, om de verbinding aan te spannen en het geheel sterker te maken.

Er straalt kracht uit dergelijke verbindingen. 
Zou het dezelfde timmerman geweest zijn als deze van de raveelconstructie ?
 
Dat de pennen niet mooi gelijk met het vlak van de balk afgezaagd en netjes vlak geschuurd werden is enkel te wijten aan het feit dat het hier toch maar om een zolder ging, en die zou nauwelijks bewoond worden.

Tot wanneer, na een paar generaties, de schoonheid van deze schijnbaar nutteloze zolders, toch levensvatbaar geacht worden. We waren hier al eerder.

Het was de bedoeling dat er nog een vliering bij zou komen.

Uit respect voor de zeer ambachtelijke verbindingen hebben we de moerbalk voor deze vliering op een onzichtbare wijze verbonden met de hanebalk van het spant.

Nou, compleet onzichtbaar ?
We doen ons best.

ALVARO SIZA VIEIRA I

Het eerste dat ik van Portugal zag was dit.

Een schelp met daarin mozaïekjes die zwart en wit gelijkmatig verdeeld zijn en van ver gezien een soort grijs spuien.
Naarmate je nadert wordt de wereld helderder.

Die schelp, dat is de metrotoegang aan de luchthaven van Lissabon.

Een goed idee om reizigers zo hoffelijk te ontvangen met metrostations die ertoe doen.
En met een niet te ontcijferen QRL-code.

Voor de uitbreiding van lijn 5 hebben ze beroep gedaan op Alvaro Siza. Een architect die tot de top 5 van de Portugese architectuurscène behoort en bij uitbreiding, internationaal mag hij zeker in de top-25 staan.

Waar ik mijn stek had was het metrostation ook van zijn hand.

Een knooppunt van twee lijnen en een beetje ervaren reiziger weet dat knooppunten van metrostations vaak ellendige gangen zijn die meer lijken op de ingewanden van een wereld waar je geen deel van wil uitmaken.

Niet zo bij de metrostations van Siza: klaar, helder, duidelijk leesbaar en zonder franjes.


In Brussel doen ze dat anders. Daar maken ze eerst uiterst onaangename metrostations - ze hoeven daar niet eens hun best voor te doen - en nadien sturen ze daar wat kunstenaars op af om het beter te maken.

Als men ergens nog aan een uitbreiding van een metrolijn denkt, ga dan eerste eens lijn 5 in Lissabon berijden.

VROUWE JUSTITIA

Deze sculptuur - nou ja sculptuur - stelt vrouwe justitia voor.

Normaal wordt die afgebeeld als een stoere vruchtbare meid, de borsten subtiel ontbloot in ruil voor een blinddoek voor haar ogen.

Haar linkerarm steekt ze fier de lucht in om de balans der gerechtigheid vrij haar werk te laten doen.

In haar rechterhand een zwaard om daadkrachtig te straffen als het moet.

Zo kennen we haar.
Zo willen we haar.

In dit gerechtsgebouw is het precies een beetje mislopen met vrouwe justitia.

Het hoofd gebogen, een blinddoek die over haar hoofd hangt te bengelen, borsten zo groot als twee erwten, armen van plastiek die hangen te bengelen en een weegschaal die ergens opgehangen is en die er schijnbaar niet toe doet.

Haar linkerhand rust op haar vermoeide dij.

En waar is haar zwaard gebleven ? 

Deze vrouwe justitia siert - nou ja siert - la salle des pas perdus van het justitiepaleis (?) in Mons.

Ik heb mij afgevraagd wat de commissie van opsmuk van gebouwen van de respectabele Regie der Gebouwen hierover in haar verslag geschreven heeft toen ze de installatie van het beeld goedkeurde.

Of wilde ze bewust eens laten zien - via een obscuur ingehuurde kunstenaar - wat ze daar bij de Regie eigenlijk denken over justitie ?


Was ik magistraat in Mons, ik had al lang met een voorhamer het ding aan diggelen geslagen.
Ik zou weigeren recht te spreken in de buurt van een symbool dat heel het gerechtelijk apparaat te kakken zet.

Het beeld staat symbool voor de bedenkelijke architectuur, zowel aan de buiten- als de binnenkant.

Aan de buitenkant - geheel in de postmodernistische traditie - aandacht zuigen met detaillistische vormgeving die er eigenlijk niet toe doet.
 
Aan de binnenzijde, somber, donker.

Klak het tegenovergestelde wat de recente gerechtsgebouwen in Gent en Antwerpen willen symboliseren: licht, openheid en transparantie.

Ik vraag mij ook af wat de achtbare juryleden van het proces Bernard Wesphael wel moeten gedacht hebben als ze het beeld passeerden ?

Of zijn ze langs een zijingang binnengeslopen ?



ROBBRECHT & DAEM I

Vorige week gaf Paul Robbrecht een lezing in het PSK in Brussel.

Hij zei dat hij zeer blij was er te mogen spreken in één van de boeiendste cultuurgebouwen van Brussel.

Een uniek gebouw tout court want ontworpen door de al even unieke Victor Horta op een tevens unieke plek in Brussel.

Het vergt een ruime dosis aan ruimtelijk inzicht om op die plek een programma neer te zetten van concertzalen, tentoonstellingsruimtes en alle technische en facilitaire diensten erbij. Voeg daar nog zijn fijnzinnig ontwerptalent aan toe en je krijgt een gebouw dat je telkens opnieuw blijft verbazen, maar dan in de zeer positieve zijn.

Paul Robbrecht heeft iets met dat gebouw. Niet alleen als architectuurliefhebber maar, het PSK is ook een beetje zijn curator geweest en nu ook zijn opdrachtgever.

Ik versta dat, dat je dan graag lezingen komt geven in de BOZAR.

Op een warm moment wil hij ons tijdens de lezing vergasten op een schets die aan de basis lag voor 'het huis' in het Middelheimmuseum.


Oeps, liep het daar even fout.
Dia overbelicht en dus niets te zien.

Om één en ander goed te maken: ziehier dan die schets.

Een grid op basis van de getallen 3 / 5 / 7  die een reeks aaneengesloten vierkanten vormen.

Waarom 3/5/7 en niet 3/5/8 ? (Fibonacci) klik
Waarom niet 3/4/7; de som van 2 heilige getallen dat een derde heilig getal baart ?

Ik heb het stiekem eens geprobeerd; het blauwe tracé is Fibonacci, het rode is Paul Robbrechts' optie.

Als je goed kijkt, dan is PR' ordening intiemer.

En dat is het wat dit 'huis' zo bijzonder maakt: een intieme plek om van kunst te houden.

Dat grid voor het grondplan is maar een begin.

Ik citeer even PR : je wandelt op de vloer, of je leunt tegen de muur. Maar het dak, dat is het domein van de architect. Daar is hij heer en meester.

En of hij gelijk heeft.

Dat grid wordt opgedeeld in een orthogonale structuur van overkruiste stalen lamellen die de stijfheid van de dakschelp uitmaken.

Een lichter dak kunt u zich nauwelijks voorstellen.

PR wil niet groot zijn maar wel groots in zijn gedachten omtrent kunst.

Het is niet zijn architectuur tegenover kunst of omgekeerd.

Zowel de kunst als de architectuur spelen hun rol, hier in het Middelheim.

Kunst omvangen en omarmen.

Het is al langer geweten dat PR een nauwe relatie onderhoud met kunstenaars van wereldformaat.

Terloops laat hij graag weten dat hij samenwerkte met Cristina Iglesias, Philippe Van Snick, Isa Genzken, Raoul De Keyser, Gerhard Richter, Juan Muñoz, Dan Graham, Luc Tuymans, Ai Weiwei, Valérie Mannaerts en in the Middelheincase: met Thomas Schütte.

Maar telkens is de samenwerking het resultaat van een inspirerende zoektocht waar het ene het andere niet overstemt.

Zoals PR zelf zegt:
Het gaat vooral om de bereidheid van architectuur te onderzoeken om kunst te accepteren of te ontvangen: de aanwezigheid van kunst voelbaar en tastbaar te maken. Voor ons gaat het altijd om het aanvaarden van de kritische aanwezigheid van een kunstwerk in een architecturale omgeving, het creëren van een spanningsveld of een confrontatie. Een opladen van de architectuur, ver van decoratie. Het is ook een verwachting: een onvergetelijke plek realiseren waar ruimte en kunst in een definitieve vorm samen kunnen gaan.(*)

Vergeet vooral niet eens langs te gaan, daar in het Middelheimpark.

(*) Gesprekken met Chris Dercon - Het huis - uitgave MIDDELHEIMMUSEUM  LUDION

METSELVERBANDEN - I

Om ik weet niet welke reden zijn onze Vlaamse bouwheren verknocht aan hun halfsteensverband.
Zo tergend saai.

Het doet mij denken aan een citaat uit het aardrijkskundeboekje van mijn zesde studiejaar: België is gekend voor zijn half-afgewerkte producten.

Ik paste die norm vaak toe op de werkzaamheden die ik toen voorgeschoteld kreeg.
Ik was toen een zeer trotse Belg en liet alles half afgewerkt achter.
Tot grote ergernis van mijn vader.

Hier ziet u een muur, ergens in Finland.

Van een lagere school als ik het mij goed herinner.

Het lijkt of een stel dronken metsers op een hete vrijdagnamiddag rap nog een muurtje fiksten.
Maar wie goed toekijkt ziet wel degelijk vakmanschap.

En in tegenstelling tot het halfsteensverband; ik raak er nooit op uitgekeken.

Mag ik hier iets pedagogisch in zien ?

STATIONS IX

U herkent onmiddellijk dat dit een metroplan is.

Of toch, de weergave ervan.

Mensen houden ervan om een ingewikkelde situatie eenvoudig voorgesteld te krijgen.

Ondergronds door een stad reizen, het is al moeilijk genoeg.

Want in werkelijkheid ziet datzelfde metronetwerk er zo uit.

We zijn ons daar om diverse redenen niet van bewust dat het zo'n 3-dimentioneel kluwen is

Een beetje ervaren reiziger ziet zo waar het centrum is.

Ook de belangrijke knooppunten herken je zo.
En al knijpen deze knooppunten twee, drie tot vier lijnen in één station samen, diezelfde ervaren reiziger weet dat je daar verdomd veel kilometers zal afleggen om van de ene lijn naar de andere over te stappen.

Metroplannen, overal ter wereld vertonen ze hetzelfde patroon.
London, Parijs, New-York of Tokyo, alle hanteren ze hetzelfde schema.

Maar je weet, die uitlopers geven een vertekend beeld van de werkelijk afgelegde afstanden; anders zou het werkelijke net niet op één hanteerbaar formaat te verschalen zijn.

Als je goed kijkt, lijkt het wel een grafische weergave van hoe je hersenen misschien wel werken: impulsen die langs banen en knooppunten je naar de juiste gedachten leiden.

Als ik nu nog een metrotje doe zal ik mij als een zwoele gedachte voelen in de ondergrondse hersenen van de stad. 


VLOERPATRONEN


U ziet hier een dame een foto nemen van een vloerpatroon.
Niet zomaar ergens in een lokaal kerkje, maar in de indrukwekkende kathedraal van Amiens.

Het is misschien een beetje onduidelijk waarom deze dame precies van dit onderdeel een foto neemt, maar als we de stoelen opzijschuiven ziet u een zeer regelmatig tegelpatroon.



Dat patroon was er niet voor de esthetiek van de kerk.

Probeer eens de zwarte lijn onderaan in het midden te vatten. Als u nu die zwarte lijn volgt dan zal u zien dat na 168 meter, in het midden van de figuur uitkomt. Die 336 meter is een eigen schatting, maar het kunnen er meer zijn. Of minder. De basis van het vierkant meet 14 m.

In Amiens waren ze niet achterlijk.

Veel mensen die zich schuldig voelden, en over tijd en geld beschikten, ondernamen een reis naar het verre Compostella om zich veilige toekomst na de dood te verzekeren.

Voor hen die minder bemiddeld waren was in Amiens een alternatief voorhanden.

Op je knieën al biddend de zwarte lijn afkruipen, werd gelijk gesteld met een bedevaart naar het zonnige Spanje, als je zonder een krimp te geven noch te foefelen, tot aan het midden van deze kwellende figuur geraakte.
Na de boetedoening stond het je vrij om dat zitje in het paradijslijke hiernamaals nog veiliger te stellen door een royale gift die zou bijdragen om de kathedraal afgewerkt te krijgen.

RAVEELCONSTRUCTIE

De naam Raveel zegt u waarschijnlijk wel iets, zeker als u van Vlaamse hedendaagse schilderkunst houdt, maar wat u hier ziet is een raveelconstructie, met kleuren en tinten die zo uit een schilderij van Luc Tuymans zouden kunnen gestapt zijn.



De meeste raveelconstructies zien er anders uit.
Soms worden ze ook raveling genoemd.









Maar we zijn hier te lande, in Ename bij Oudenaarde. Daar is niets mis mee, integendeel, het verhoogt onze waardering voor landelijke vaklui, met een scherpzinnige kijk om iets zo eenvoudig mogelijk te maken.

Het leunt aan bij wat Leonardo de Vinci al voor mij zei: niets is zo moeilijk om iets eenvoudig te maken.

Alle verbindingen zijn hier gemaakt met houtbekken die perfect in elkaar haken.

Dat die vierkante kinderbalkjes onder een hoek van 45° gedraaid zijn heeft ook zo zijn voordelen. Niets dan voordelen eigenlijk.

De baksteengewelfjes rusten er perfect in evenwicht op de balkjes, en deze hoefden geen bijzondere verzaging te ondergaan.

Als u dit met uw eigen ogen eens wil zien, dan moet u nog wat geduld uitoefenen.
Als alles verloopt volgens plan worden nog voor het einde van dit jaar  hieronder eettafeltjes gedekt waar u zal mogen aanschuiven.

Roger Raveel zal er niet bij kunnen zijn maar wie weet, dhr Tuymans ?
Ik hou u in ieder geval op de hoogte.

SCHOUWEN - I

Nu het academiejaar hervat is, wordt het tijd dat we ons weer eens toeleggen op onderwerpen, die naam waardig.

Zoals over schouwen.

Heel belangrijk is dat schouwen voldoende afgedekt zijn.

Tegen neerslag en tegen terugslag.

Zoals hier.

Een schouw met vier kanalen ondersteund door vijf soldaatjes die precies een beetje teveel gedronken hebben.

Let op het linker soldaatje, dat vier bakstenen hoog is en het rechter nauwelijks drie.
Het is duidelijk, de aannemer heeft er aan gedacht  de deksteen wat helling te geven.

Maar kan iemand mij zeggen waarom die soldaatjes naar rechts nijgen, terwijl de regen van links inslaat ?