TROMPE L'OEIL XXXV - FAUDTE DEMOGRAFIE

De linkse vrouw noemde de andere Jeanine.

Dan heb ik de neiging om de andere Claudine te noemen.

Of Régine, of Justine.

Als het maar rijmt.

Zoals die twee op elkaar rijmen, daar in het Leopold-II-park in Oostende.

Twee giechelkonten die zich afvroegen waarom ik ze wilde fotograferen.

Onder meer omdat ze de grootste bevolkingsgroep van Oostende vertegenwoordigen.

Zoals in bijna alle kuststeden.

Kussteden. 

Jongeren trekken er weg en ouderen vragen er asiel aan om er hun laatste jaren toch nog wat glans te geven.

Het is er minder erg om te overleven dan in Brussel, Gent of Antwerpen.

En minder eenzaam dan in Roeselare, Hansbeke of Tongerlo.


WERFCONTROLE IV _ BERLINER WANDEN

Sommige beelden op werven geven aanleiding om het fototoestel boven te halen.

Zoals hier waar een hele verzameling liggers ligt te liggen.

Boven de liggers staat een groene doos.
Daarin zitten de plannen van de architect en de ingenieur.
De doos is van de aannemer.

De liggers wachtten om in de grond getrild te worden.

Toch wat spektakel als je ziet hoe die kraanmannen op de centimeter na die zware loggelingen in de
grond krijgen.

Eén man volstaat.

Misschien doen in de toekomst robots dit wel.

Eens die liggers mooi vertikaal de grond ingetrild zijn, schuiven dezelfde machinisten daar staalplaten tussen.
Dan wordt de grond langs de bouwput weggegraven en worden de liggers met schuine ankers aan de andere zijde in grond verankerd.

In Berlijn werd deze methode voor het eerst toegepast in de jaren dertig van vorige eeuw bij de aanleg van de metro aldaar.

Vandaar de benaming berliner wand.

In de angelsaksische landen noemt men ze Soldier Pile Walls.

Ik begrijp dat.

STEDELIJKE VERDICHTING XLVI - CASINO

Het was een goed idee van fotograaf Carl De Keyzer om zijn reeks over Noord Korea in het voormalige Floraliënpaleis ten toon te stellen.

De ingang van wat zichzelf hier een Casino noemt, voelt een beetje Korea aan.

Noord Korea dan.

Buiten schaal, streng, volgens de regels van klassieke ordening.

Maar ook, verwaarloosd.

Ik heb op de foto's van Carl De Keyzer geen enkel Koreaans gebouw gezien dat er zo verwaarloosd uitziet.

De centrale hal - de voormalige koude serre - gebouwd in 1912-1913 - laat niets meer aan uw en mijn verbeelding over.

Er doet een stadsverhaal de ronde dat dit gebouw oorspronkelijk als spoorstation voor Leopoldstad ontworpen en reeds gemaakt was, maar nooit tot in onze voormalige kolonie geraakte en daarom maar opgetrokken werd in Gent.

Niets van aan dus.

De enige waarheid is dat het tijdens WOII als Duits hospitaal diende - brrrr - en nadien ingepalmd werd door de jaarlijkse jaarbeurs en de vijfjaarlijkse floraliën.

Eén keer werd het bezet door de eerste editie van Flanders Technology, dat begin de jaren tachtig ons bijgeloof in de Nieuwe Vlaamse Technology moest
aanwakkeren in een tijd van wereldwijde crisis.

Toen bleek de maat vol.

Er werd een nieuw beurscomplex aan de rand van de stad gebouwd.

Af en toe flakkert het gebouw nog eens op.
Bij de tentoonstelling van Panamernko bijvoorbeeld, of bij de laatste editie van de Floraliën die zo'n succes kende dat er zelfs geen geld meer afkon om de financiële put te dempen die de organisatoren achterlieten.

Laten we dit krot zo snel mogelijk afbreken - laat er bomen groeien, laten we er speelruimte voor kinderen aanleggen, prieeltjes bedenken waar het jonge volkje elkaar kan leren ontdekken, waar senioren hun zoektocht naar de eeuwige liefde kunnen verder zetten tot ze er bij neervallen.

Alles is beter dan dit gedrocht in stand te willen houden.
Schrap het van de erfgoedlijst.

En haal in één beweging ook dat lelijke gedrocht van bureau B. naar beneden. Dat bombastische volume dat zich pretentieus Internationaal Congres Centrum noemt.

Een college moet beseffen wanneer een gebouw op is.

TROMPE L'OEIL XXXIV - FAUDTE CORBUSIER

links Pierre - rechts Charles-Eduard
Een paar weken geleden schreef ik dat Le Corbusier nooit geworden zou zijn, tot wat wij allemaal denken dat hij geworden is, zonder zijn broer Pierre Jeanneret.

Tot Xavier C. mij verbeterde en schreef dat Pierre niet de broer maar wel de neef van Charles-Eduard was, dit Le Corbusier.

Dat zat zo. LC was in het begin van zijn carrière ook een bedrijfje in bouwmaterialen begonnen.

Dat bedrijfje had, net zoals zijn zaakvoerder, een beetje van die rare gedachten, en na enige tijd ging het over kop. Failliet.

35 rue de Sèvres Paris
Maar LC wou zijn architecturale gedachten verder gestalte geven, dus deed hij een beroep ,op zijn neef die, in tegenstelling tot LC, echt voor architect gestudeerd had in Genève.

Omdat gefailleerden toen niet zomaar opnieuw een zaak mochten opstarten, zonder de schuldeisers vergoed te hebben, begon hij in 1922 in 35 rue de Sèvres, in Parijs, in een leegstaande kloostergang, een nieuwe praktijk waarvan de neef zaakvoerder was en ook de feitelijke leiding op zich nam
.
Le Corbusier en Josephine Baker
Niet alleen het aanwerven van tekenaars, het uitwerken van de dossiers was Pieere's taak; ook het sussen van de klanten aan wie LC weer eens teveel beloofd had en weer eens niet nagekomen was wegens het vele reizen en zijn hoofd op hol laten brengen door onbereikbare vrouwen.

Naarmate de politieke toestand in Europa meer en meer op scherp kwam te staan, werd dit ook stilaan duidelijk daar in de rue de Sèvres.

Pierre was links en meer zelfs: links activist,

Charlotte Pierrisand, Le Corbusier en Pierre Jeanneret
Charles-Eduard ging lezingen geven in het fascistische Italië en stuurde schriftelijke uitnodigingen
naar Mussolini om het hem eens te gaan uitleggen hoe de steden en de architectuur er in de nieuwe fascistische staat zou moeten uitzien.
Il Duce ging daar niet op in.

Toch nog een beetje een wijs man.

Toen dat niet lukte liep hij achter Leon Blum zijn gat en schreef brieven naar het Vichy Regime, om daar zijn diensten aan te bieden.

Pierre daarentegen, was ondertussen actief ondergedoken in het verzet.

Charles-Eduard verhuisde naar Vichy.

Maar ook daar kwam zijn praktijk niet echt van de grond

Tot 44 was hij er adept van het regime.

Toen het tij begon te keren liet hij via Maximiliaan Gauthier een biografie schrijven om zijn ziel te zuiveren: Le Corbusier ou l'Architecture au Service de l'Homme.

Faut le faire.

Een paar maanden later beweerde hij zelfs dat hij in de weerstand gezeten had.
Faut oser.

U begrijpt dat het na 45 niet meteen klikte tussen Pierre en Charles-Eduard.

LC richtte opnieuw een bureau op met Vladimir Bodiansky als spilfiguur.
Het bureau heette ATBAT, Atelier des Bâtisseurs.

Bij het aantreden van de Vijfde Republiek onder Charles De Gaulle probeerde LC opnieuw koekjes te bakken met André Malraux, de toenmalige minister van cultuur die hij nog kende van voor WOII.

Opnieuw prees hij zichzelf aan als de nieuwe Messias voor de heropbouw van Frankrijk, doch de Nieuwe Republiek ging er niet op in.
Malraux en De Gaulle waren ook wijze mannen.

Alleen een verre vage belofte voor de bouw van Le Musée du XX° Siècle, dat er ergens moest komen aan la Défence, werd hem in het vooruitzicht gesteld.

LC stierf lang voor la Défence rijp was voor nieuwe ontwikkelingen, zonder museum.

Charles-Eduard's en Pierre's pad kruisten elkaar opnieuw in Punjab in 1950 waar Pierre de werf van Chandigarh leidde en alle ontwerpen maakte voor de residentiële gebouwen, voorzien in het masterplan van LC.

P.S.
Lezer Dirk.Huylebrouck citeert uit een brief van L.C. aan zijn moeder : "Geld, de Joden (die gedeeltelijk verantwoordelijk zijn), de Vrijmetselaars, allen zullen de wet en orde voelen. .../... Hitler kan zijn leven bekronen met een groot werk: de geplande lay-out van Europa."
En het is op deze lay-out dat architecten zich blind staren, voegt hij er aan toe. 


WERFCONTROLE III - DEGELIJK GERIEF

Hier ziet u mijn kleinzoon.

Die knaap is, sinds hij de kraaminrichting verlaten heeft, zot van alles wat rijdt op eigen kracht, en nog meer van alles wat al rijdend bijzondere bewegingen maakt.

Dat komt omdat zijn moeder, nog geen vierentwintig uur na zijn geboorte, gebonden in een draagdoek, hem met de bus naar huis bracht - denk ik dan.

Vanaf dag één met het openbaar vervoer geconfronteerd worden, het laat sporen na.


Hij is zo zot van al wat wielen heeft dat hij zelfs op een rijdende trein, het met autootjes spelen niet laten kan.

Boeken zullen hem later wel boeien.

Of werven doen.

Op een bobcat op verdieping drie - hoe krijgen ze dat bobcatje daar binnen ? -  steenbrokken opscheppen en naar beneden kieperen.

Handig.

Zal hij vast ook kunnen.

Zo'n bobcat bespaart veel tijd en mankracht.

Er wordt zoveel mankracht uitgespaard dat de aannemer het zich kan permitteren om er iemand bij te zetten, met een schop, en die niets hoeft te doen.




STEDELIJKE VERDICHTING XLV - MONASTERIUM MAGNIFICAT

Dit is iets wat ik al meerdere keren heb meegemaakt: deel uitmaken van een rondreizende troep architecten die gebouwen van langs alle kanten in hun phone verstoppen.

Soms ook met een nog lekker ouderwets met een fototoestel.

Of helemaal van de kaart: met een schetsboekje en potlood of stift.

Ziet u die bewoners van dit gebouw - aan de rechterkant van het beeld, onder de betonnen luifel - hoe die zich daar geen knijt van aantrekken.

In Westmalle, op een boogscheut van de brouwerij, staat een klooster.

Gebouwd in de jaren zestig van vorige eeuw, toen de geest van het Tweede Vaticaans Concilie ons op het verkeerde been zette en ons deed geloven dat er dringend kloosters dienden bijgebouwd te worden, want die zouden we even hard nodig hebben als grootwarenhuizen.

Die grootwarenhuizen, net als die kloosters, staan er nog.

Alleen, die kloosters zijn een dubbel probleem: de bewoners voor wie ze bestemd zijn brengen ons wekelijks hun laatste groet in overlijdensberichten van De Standaard en, ze zijn niet helemaal aangepast aan de nieuwe bestemming.

Ontworpen door architect Marc Desauvage, harmonieus, brutalistisch en ook zeer determinerend, evenwichtig dat wel, maar het zit ook vol koude bruggen en is weldra dringend aan renovatie toe.

De houdbaarheidsdatum van beton dat van buiten naar binnen loopt, begint te verstrijken.

De cellen, voorzien voor kloosterlingen die het zichzelf opgelegd hebben zich zoveel mogelijk van wereldse goederen te bevrijden, zijn nu een beetje nauw benepen voor die mensen die nu aan hulp toe zijn en hun dagen hier, met de nodige assistentie, dragelijk willen doorbrengen.

Met een sigaretje op een bank in de binnentuin, onder alweer een andere betonluifel, lukt dat wel.

Met dank aan ARCHIPEL

TROMPE L'OEIL XXXIII - SCHETSKWETSBAARHEID

Hier ziet u nog wat schetsen van studenten die tijdens hun architectuuropleiding er in slagen om hun gedachten gestalte te geven.
Ook deze studenten kwamen in aanmerking voor de zeer verdienstelijke Jef Van Ranst-prijs. (klik)

JVR had een sterke visie op architectuur. Leest u mee:

Al wat gebouwd wordt maakt deel van de omgeving waarin we ons begeven, de omgeving die we dagelijks gebruiken. 
Voorwaar een redelijke verantwoordelijkheid voor wie ze neerzet. 

Daar mag je niet lichtzinnig mee omgaan.

Bij een opdracht is het kunst om een simpele synthese te maken met de verlangens van de klant, de hoeveelheid informatie en de vele technische mogelijkheden die er zijn. 

Het komt er dus op neer op een snelle manier een idee visueel voor te stellen. 
En dat kan door te schetsen. 
Samen rond een wit blad zitten en een project of idee zien groeien, dat is letterlijk een kunst.

Kijkt u eens goed naar deze tekeningen van onder meer Thomas Ghyoot, van Laura De Moor en van Marine Boey.

Je voelt er de zoektocht naar synthese in, en ook, de liefde voor het vak.
Let ook op de menselijke figuur bij iedere doorsnede.
Die hoort erbij.
Die wijst op de bezorgdheid naar de schaal van de mens in wat ontworpen wordt.
Voor de figuur om wie het allemaal draait; de mens als consument van architectuur.

Ik ken er velen die hierbij hun schouders ophalen.
Met de computer kan je dat toch ook ? So what ?

Ik heb al veel ontwerpen gezien die bijna rechtstreeks met een muis op het scherm gepost werden. Maar nooit heb ik er veel bezieling in terug gevonden.

Ik vraag mij vaak af waar het in de opleiding mislopen is; dat schetsen zo naar de achtergrond
verdrukt werd ?

Ik denk dat ik het antwoord weet.

De dag dat we geleid werden door een directeur - nu heet dat een decaan - die zelf geen architect meer was en geen deftige lijn op papier kon trekken, die dag zijn we veel kwijtgespeeld.

MAOFF - V MANAGEMENT, WETENSCHAP of WETEN ?

" En als management geen wetenschap is, wat is het dan? Maar wat gebabbel zonder criteria? Dan hoeft het niet. "

Dat schreef Dirk Huylebrouck als reactie op mijn vorige spot over MAOff.

Ik denk dat het Aristoteles was die het dichtst in de buurt kwam om het begrip wetenschap bijna exact te definiëren.

Uit de fenomenen die we vaststellen besluiten (formules) distilleren die, als u ze toepast, met honderd procent zekerheid kan voorspellen waar u zal uitkomen.

Wetenschap baart wetten.

In alles wat zich in de natuur voordoet als fenomeen lukt dat aardig.

Maar, waarschuwde Aristoles, wee u als daar keuzemogelijkheden en beslissingsmomenten van mensen tussen zitten.

Zo zijn er een hele reeks fenomenen, voortspruitend uit menselijke gedragingen en dito beslissingen, die wel het bestuderen waard zijn maar waar ik geen waterdichte conclusies kan aan koppelen, met de garantie dat als u ze toepast, u met honderd percent zekerheid in de gewenste hoek uitkomt.

Denk aan literatuur, kunst, sociologie, economie, architectuur, communicatie, geschiedenis en tot overmaat van ramp: politiek.
Sectoren die men op de universiteiten beter van de noemer wetenschap af zou helpen en vervangen door wetenswaardigheden.

Een paar jaar geleden onderzochten de marketingboys van Johny Walker hoe ze de dalende verkoopcijfers konden omzetten in betere resultaten die de aandeelhouders gunstig zouden stemmen om hen dan een ernstige loonsverhoging toe te kennen.

Ze hadden al vlug door dat de grootste consumenten van whisky mannen waren, maar de grootste omzet werd gerealiseerd via de vrouwen van die mannen die in de grootwarenhuizen whisky voor hun liefste kopen.
Nu bleek de Johny Walker-fles niet iets waar vrouwen spontaan naar grepen.
De marketeers sleutelden wat aan het etiket, de vorm van de fles en hopla, daar ging de omzet de lucht in.

Er zijn zo nog voorbeelden van gendermarketing.
Lego paste zijn speelgoed aan meisjes aan, die liever met anderen blijken te willen spelen dan jongens.
Lego werd niet armer van deze gendermarketing.

Er zijn zo nog voorbeelden van producten die succes hebben dank zij hun vrouwvriendelijkheid. Apple, om er nog eentje noemen.

Dat vrouwvriendelijke producten het àltijd beter doen op de markt is daarom geen wetmatigheid.  Succes stories kopiëren is geen garantie op succes.

We kennen immers niet al die andere bedrijven die het ook al eens geprobeerd hebben maar geen succes oogstten.

Succes stories worden gretig gepubliceerd; over falende projecten houdt men meestal zijn mond.
Spijtig, spijtig, spijtig.
 



Goede managementcursussen spuien veel waarheden; geen wetmatigheden.
Daarom is management dan het ook geen wetenschap.

Management is wel een vak waar er-veel-over-weten, managers vooruit helpt.

Verkennen is immers een mandaat dat we allemaal hebben.

Klik vlug naar het programma van MAOff.






STEDELIJKE VERDICHTING XLIV - MONNIKENHEIDE

Monnikenheide is al meer dan 40 jaar een begrip voor al wie dicht bij mensen met een beperking staat.

Wivina De Meester, landbouwingenieur en voormalig minister, maakte het bij geboorte van haar zoon Steven van heel dicht bij wat het betekent: zorgen voor een kind met het syndroom van Down.

Samen met nog andere ouders zette ze een zorgcentrum neer, dat eerst overdag en later permanent voor de opvang en een aangepast volwaardig leven van deze mensen zou kunnen instaan.

Midden in de Kempen is daar gebouwd en verbouwd aan aangepaste verblijven en leefgemeenschappen waar deze mensen zich zowel thuis voelen als volledig zichzelf kunnen zijn.

Niet gemakkelijk voor mensen zoals u en ik die erop getraind zijn al onze tijd nuttig te besteden en
rendabel te maken.

De wereld van Down stroomt op  andere wijze door deze maatschappij.

De bezielers van Monnikenheide zijn zich daar zeer goed van bewust en vragen aan hun architecten ook die zeer specifieke benadering. 
Aandacht voor de handicap maar dan ook weer geen betutteling.

Ik heb er veel gebouwen gezien, mooie gebouwen, gebouwen waar ik een beetje jaloers werd.
Zo van, hier zou ik eigenlijk ook wel willen leven.

Wat bewijst dat het goede gebouwen zijn.
Maar ik laat ze over aan hen die ze nodig hebben.

Ik heb maar met een half oor geluisterd naar de vele uitleg die we kregen over de gebouwen.

De man aan het raam die in zijn eentje met één dobbelsteen en met vier paardjes tegelijk, onverschillig voor de drukte om hem heen, zijn spel speelt.

Het zal mij altijd bijblijven tot wat koppige vastberadenheid van mensen met hun hart op de juiste plaats weten te realiseren, daar op die Monnikenheide in de Kempen.

En ook met een hart voor architectuur.

Met dank aan de vzw ARCHIPEL.

TROMPE L'OEIL XXXIII - ZWEMBAD IN OOSTENDE

Ik ben niet zo gauw een ondertekenaar van petities en nog minder een oproeper tot ondertekening ervan.

Maar deze keer een uitzondering.

De eerste keer dat ik langs het afgewerkte zwembad van Oostende reed in ons felrode Toyotaatje wees ik mijn vrouw erop - kijk eens hoe mooi - jaja, maar let op uw stuur en daar komt een tram af, was het antwoord.

We waren op weg naar Westende en
behalve het Westende Hotel zijn er weinig boeiende gebouwen langs dit deel van de kustlijn te bespeuren.

Van alle brutalistische gebouwen uit die periode is dat zwembad van Oostende met voorsprong het elegantste.
Dat ligt aan de heel fijne daklijn en de lichttorentjes erbovenop. En ook aan de logische opbouw van het geheel.

Binnenin ademt het zwembad diezelfde lichtheid uit.

Ik ben er slechts éénmaal gaan zwemmen.
Mijn vader: tientallen keren.

Die nam de trein naar Oostende, dan de tram, ging er zwemmen en reed met dezelfde openbare middelen terug naar huis, allemaal tegen halve prijs, want hij was toen al gepensioneerd.

Als ik zei dat er in Gent ook propere zwembaden zijn, antwoordde hij dat hij het deed voor de architectuur.

En mijn moeder maakte daar ook geen probleem van want dan was hij ten minste voor meer dan een halve dag weg.

Omdat men geen aansluiting vindt met de omgeving, het gebouw na 50 jaar grondig gerenoveerd zou moeten; dat dat niet goedkoop zal zijn, heeft het Oostendse bestuur beslist dat het zal afgebroken worden. Daar ging wel een merkwaardig dansje van ik-doe-het, ik-die-het-niet aan vooraf.

Spijtig, spijtig, spijtig.

En als u dit even spijtig vindt als ik, klik dan naar de petitie.

Petities ondertekenen, soms leiden ze tot iets.